FZO-VL, Federatie van Zelforganisaties in Vlaanderen, is een socio-culturele overkoepelende vereniging die staat voor integratie, emancipatie en participatie van de migrantengemeenschap in Vlaanderen.
FZO-VL is een door de Vlaamse Gemeenschap erkende en gesubsidieerde Landelijke Vereniging (federatie) met verschillende leden/kernen/afdelingen. Sinds 1 juli 2007 wordt FZO-VL ook als Verbond door de Vlaamse Gemeenschapscommissie te Brussel erkend.
Hetgeen ons onderscheidt van andere federaties is dat wij multicultureel zijn samengesteld en onze leden bijna uit alle hoeken van de wereld komen. Zo zijn er Afrikaanse, Turkse, Latijns-Amerikaanse, Maghrebijnse, Arabische, Oost-Europese en Vlaamse zelforganisaties aangesloten bij FZO-VL. Dat dit resulteert in een multicultureel bestuur en personeelsbestand hoeft volgens ook dan geen betoog. Wij kunnen dus in zekere zin “global villagers” genoemd worden.
FZO–VL, de Federatie van Zelforganisaties in Vlaanderen vzw is een sociaal-culturele overkoepelende vereniging die staat voor integratie, participatie en emancipatie van de allochtone gemeenschap in Vlaanderen en Brussel.
FZO-VL wordt als Landelijke Vereniging erkend en gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap (ministerie van Cultuur). Sinds 1 juli 2007 wordt FZO-VL ook als Verbond door de Vlaamse Gemeenschapscommissie te Brussel erkend.
Onze aangesloten afdelingen komen uit alle hoeken van de wereld. Wij hebben Afrikaanse, Turkse, Maghrebijnse, Latijns Amerikaanse, Arabische, Roma, Oost-Europese, Vlaamse, Koerdische, Filippijnse, Soedanese, ... afdelingen in ons ledenbestand.
FZO-VL heeft sinds 1 juli 2007 een eigen secretariaat met eigen personeel te Brussel. Het secretariaat en personeel staan volledig ten dienste van onze Brusselse afdelingen. Onze Brusselse afdeling wordt in de praktijk bestuurd door een lokale stuurgroep die uitsluitend bestaat uit vertegenwoordigers van Brusselse afdelingen.
Als koepel geloven wij sterk in het allochtoon middenveld. Als Brussels verbond willen wij graag een steentje bijdragen aan het sterk houden en het versterken van dit middenveld. We staan open voor allochtone verenigingen te Brussel die de visie en missie van de FZO-VL onderschrijven.
Om de doelstellingen zo goed mogelijk te verwezenlijken concentreren de prestaties van FZO-VL zich voornamelijk rond twee elementen. Enerzijds werkt FZO–VL aan organisatieontwikkeling, anderzijds aan praktijkontwikkeling.
Met praktijkontwikkeling bedoelen wij het werken aan inhouden, vormen, methoden en technieken,… Centraal hierbij staat de vraag: hoe brengen wij de inhoud over op de afdelingen, de leden… Bijvoorbeeld: via een toneelstuk kunnen we een maatschappelijk relevant onderwerp bekend maken bij onze afdelingen en hun leden. Organisatieontwikkeling verwijst in deze context naar het werken aan een organisatie opdat deze in staat zou zijn doelgericht en doelmatig aan haar maatschappelijke project te werken. Voorbeelden: personeelszaken, juridische aspecten, financiële zaken,…
De rode draad van onze werking is voor de komende jaren het voldoen aan de decretale voorwaarden om onze erkenning als verbond / regionale vereniging te behouden. FZO-VL maakt zich sterk om dit via een stappenplan en een degelijke begeleiding (van FZO-VL) te verwezenlijken. In dit proces moeten de aangesloten afdelingen zo actief mogelijk betrokken worden. Zo denken wij aan een vragenronde bij de afdelingen om hun noden, behoeften en algemene opmerkingen binnen het stappenplan op te nemen.
FZO-VL staat voor een volwaardige erkenning van het allochtoon middenveld. Naast de erkenning staan wij ook voor een volwaardige ondersteuning van allochtone zelforganisaties. Wij zijn sterk overtuigd dat het middenveld een meer dan belangrijke functie heeft binnen onze samenleving. Bij de allochtone gemeenschap is deze functie nog belangrijker. Door het zich organiseren en verenigen komen sommige individuen in contact met essentiële vaardigheden. Enkele voorbeelden: werken en functioneren binnen een groep, verantwoordelijkheden opnemen, omgaan met democratische principes zoals stemmen, kiezen… In ons toekomstig maatschappijbeeld zien wij een zeer belangrijke opdracht voor het allochtoon middenveld wat betreft participeren en meedenken aan het beleid voor ecm (etnisch culturele minderheden). Zij zijn een zeer goede tussenschakel tussen beleid en ecm. Het beleid en het middenveld moeten continu in dialoog staan. Alle afdelingen aangesloten bij FZO-VL moeten sterker gemaakt worden en sterk gehouden worden. Enkele indicatoren: sterk en actief bestuur, activiteiten van de afdelingen, continuïteit, ledenaantal, feedback aan de federatie, zelfstandigheid, autonomie, communicatie, vernieuwend, vertegenwoordigingswerken… Centraal in dit opzet staat het nut van FZO-VL voor haar aangesloten afdelingen. Aangesloten zijn bij FZO-VL moet als een bepaalde meerwaarde ervaren worden door haar afdelingen.
FZO-VL bestaat voor haar leden maar ook door haar leden!! FZO-VL zal in de toekomst de nodige aandacht moeten besteden aan praktijk- en organisatieontwikkeling. Met praktijkontwikkeling bedoelen wij het werken aan inhouden, vormen, methoden en technieken,… Centraal hierbij staat de vraag: hoe brengen wij de inhoud over op de afdelingen, de leden… Voorbeeld: via een toneelstuk kunnen wij een maatschappelijk relevant onderwerp beter bekend maken bij onze afdelingen en hun leden. Organisatieontwikkeling verwijst in deze context naar het werken aan een organisatie opdat deze in staat is doelgericht en doelmatig aan het maatschappelijk project van de organisatie te werken. Voorbeelden: personeelszaken, juridische aspecten, financiële zaken,… Als rode draad binnen onze werking staat de komende jaren het voldoen aan de decretale voorwaarden om onze erkenning als landelijke vereniging te behouden. FZO-VL maakt zich sterk om via een stappenplan en een degelijke begeleiding (van FZO-VL) dit te verwezenlijken. In dit proces moeten de aangesloten afdelingen zo actief mogelijk betrokken worden. Zo denken wij bijvoorbeeld aan een vragenronde bij de afdelingen om hun noden, behoeften en algemene opmerkingen binnen het stappenplan in te calculeren. Zij zullen ons beleidsplan grotendeels bepalen.
De jaarprogramma's zijn downloadbaar in pdf-formaat via onderstaande links.
Het huishoudelijk reglement is downloadbaar in pdf-formaat via onderstaande link.
Ondersteunen van aangesloten zelforganisaties. Ondersteunen dient zeer breed geïnterpreteerd te worden: administratief, inhoudelijk en logistiek.
1. FZO-VL is een koepelorganisatie van socio-culturele verenigingen, actief binnen volksontwikkeling. De verenigingen kunnen actief zijn op verschillende gebieden: sport, jongeren, cultuur, kunst, onderwijs, gezondheid, enz…..
2. FZO-VL is multicultureel. In geen geval wordt onderscheid gemaakt tussen nationaliteit, etnie, religie, geslacht, origine en/of andere overtuigingen
3. FZO-VL is pluralistisch en democratisch in al haar facetten
4. FZO-VL is tegen alle vormen van extremisme
5. FZO-VL staat voor emancipatie, integratie en participatie van de allochtone gemeenschap binnen de Vlaamse samenleving
6. FZO-VL staat voor:
- respect voor ieders cultuur en de beleving ervan
- respect voor ieders levensbeschouwing en de beleving ervan
- recht op degelijk onderwijs
- recht op degelijke huisvesting
- recht op degelijke tewerkstelling
- recht op gelijke kansen voor iedereen op alle vlakken
7. FZO-VL staat voor een volwaardige, onvoorwaardelijke en structurele erkenning van het allochtoon middenveld
8. FZO-VL biedt logistieke, administratieve, inhoudelijke en vormende ondersteuning aan de aangesloten leden en kernen
9. FZO-VL kan optreden als woordvoerder, gesprekspartner, belangenbehartiger en drukkingsgroep voor de aangesloten leden en kernen
10. Aangesloten leden worden verondersteld geen acties te ondernemen die het multi-cultureel, democratisch en pluralistisch karakter van FZO- VL kunnen schaden
11. Aangesloten leden worden verondersteld geen acties te ondernemen die andere aangesloten leden of kernen van FZO-VL kunnen schaden
12. Aangesloten leden worden verondersteld te allen tijde eerlijk en oprecht te handelen in al hun acties
Tot voor kort publiceerde FZO-VL het ledenblad Voices. Hoewel we ondertussen overgestapt zijn op een elektronische nieuwsbrief, loont het zeker de moeite om nog eens door de voorbije jaargangen van de voices te grasduinen.
Hieronder staan de voorgaande afleveringen van de elektronische nieuwsbrief te uwer beschikking.
Rechts kan u (zo u nog niet geregistreerd bent) intekenen op dit maandelijks overzicht van nieuws, activiteiten en subsidiemogelijkheden.
"De maand is kort, dus de nieuwsbrief is ook korter", denkt u? Wel, u hebt het niet helemaal bij het foute eind. Op de nieuwjaarsrecepties van de afgelopen maand waren jullie in groten getale aanwezig.
Behalve veel interessante babbels over jullie nieuwste plannen, boden de recepties ons de gelegenheid om wat opmerkingen over onze website en deze nieuwsbrief te sprokkelen. En nu blijkt dat die nieuwsbrief er niet op elke computer even goed uitzag, en dat velen die brief veel te lang vonden.
Daarom doen we het vanaf deze maand anders: in deze mail krijgen jullie van elk artikel het eerste stuk te zien, en als dat je interesseert kan je altijd doorklikken naar onze site.
De nieuwsbrief lijkt dus korter, maar dat betekent niet dat er minder inhoud voorhanden was.
Op verschillende niveaus worden er beslissingen genomen die ons zeer aanbelangen. De Vlaamse regering heeft een voorontwerp voor haar nieuwe integratie- en diversiteitsbeleid goedgekeurd.
Inmiddels maakt Europa nieuw maatregelen over de controle (en bestraffing) van tewerkstelling van clandestiene arbeidsmigranten. Vluchtelingenwerk Vlaanderen meldt dat effectief werken steeds zwaarder weegt als regularisatiegrond - waardoor er in 2008, ondanks de stijgende aanvragen, een pak minder regularisaties werden doorgevoerd.
De problematiek van mensen die in een precaire verblijfsstatus toch hun boterham moeten verdienen kwam in de afgelopen weken bijzonder schrijnend aan bod in het getouwtrek over de in 2006 door Hans Van Temsche vermoorde Malinese kinderoppas Oulemata Niangadou.
Terwijl aan de andere slachtoffers van deze racistische moordenaar of hun nabestaanden een schadevergoeding werd uitgekeerd, kon Oulemata's familie die niet krijgen omdat zij op het moment van de misdaad "illegaal" in ons land verbleef. Zeer terecht lokte deze tragedie een storm van protest tot in het parlement uit en wordt er naar een oplossing gezocht om deze discriminatie op te heffen, maar tegelijkertijd is de regering terughoudend om de discriminerende wetgeving te wijzigen.
We krijgen dus nog stof tot nadenken in de komende maand.
Zoals gezegd, de voorbije maand was er een van nieuwjaarsrecepties, ook die van FZO-VL. De eerste nieuwjaarsreceptie van FZO-VL in Brussel was meteen een succes, waar ministers Brigitte Grouwels en Pascal Smet uitgebreid hun engagementen voor een meer diverse Brusselse samenleving aankondigden. De diversiteit van Brussel is een onomkeerbaar feit, zo viel er te horen, en nu is het kwestie om goed met elkaar om te gaan. Minister Grouwels reikte de hand om in de toekomst evenementen samen met FZO-VL te kunnen organiseren.
Ook de nieuwjaarsreceptie in Gent mocht een succes genoemd worden. Ook hier weerspiegelden de tientallen aanwezigen de zeer diverse ledenbasis van FZO-VL. Ondanks de afwezigheid van Minister Vanackere was het "officiële" gedeelte goed en interessant gevuld, met eerst een belezen en onderbouwde speech van Gents schepen van Cultuur Decaluwé. Ceylan Kara, de voorzitter van FZO-VL apprecieerde de vriendelijke woorden en intenties van de schepen, maar verwees in zijn speech ook naar politieke beslissingen die FZO-VL minder bevielen.
De volledige speech vindt u hier. Foto's van Gent en foto's van Brussel.
Vanaf deze week vervangt Ann onze collega Tine, die met zwangerschapsverlof is. Wij stelden haar alvast een paar vragen, daarna is het aan jullie ...
Hoi ann, kan je misschien iets meer over jezelf vertellen?
Als sociaal cultureel werker heb ik altijd interesse gehad om projecten te organiseren en activiteiten te begeleiden binnen het kader van onze multiculturele samenleving. Van hieruit heb ik gekozen om me wat meer te specialiseren rond het thema "noord-zuid". Daarnaast heb ik vrijwilligerswerk gedaan rond 'alternatieve communicatie' waarbij ik groepen kinderen de meerwaarde wilde aanleren van communicatie tussen verschillende culturen op verschillende alternatieve manieren. Vanuit deze interesses en vanuit de motivatie om met mensen samen te werken, heb ik een bijkomende opleiding gevolgd, creatieve therapie. Via deze opleiding ben ik laatst naar Bosnië getrokken om daar een muzikaal project voor kinderen te helpen opstarten en begeleiden.
Sedert kort woon ik opnieuw in Gent en heb ik de kans gekregen om binnen FZO-VL te werken. Dit aanbod heb ik vol enthousiasme met twee handen aangenomen!
Je zal tine vervangen tijdens haar zwangerschaps- en bevallingsverlof. Met welke vragen kunnen mensen bij jou terecht?
Op dinsdag, woensdag en donderdag ben ik te vinden aan het bureau van Tine. Daar zal ik mijn best doen om op dezelfde vragen een zo goed mogelijk antwoord te bieden. Enkel alle vragen rond het Thema 'onderwijs' zullen vanaf nu aan de overkant, bij Lieselotte, hun antwoord vinden, daar ik maar deeltijds zal werken binnen FZO.
En heb je er zin in?
Natuurlijk heb ik er zin in! Zoals gezegd, ben ik van plan om vol enthousiasme binnen FZO te werken. Ik kijk er naar uit om alle organisaties beter te leren kennen, mooie contacten op te bouwen en vooral goed samen te werken met mensen die actief zijn binnen de verschillende organisaties. Ik heb veel respect voor mensen die hun steentje willen bijdragen binnen onze multiculturele samenleving, en ik wil daar graag een handje bij helpen!
Wij mochten van minister Van Brempt een reactie ontvangen op onze eigen open brief naar aanleiding van het rapport dat zij bestelde omtrent de structuur en de werking van de allochtone vrouwenbewegingen. (voor onze oorspronkelijke reactie: zie hier).
In het antwoord wordt ingegaan op onze opmerking dat verenigingen te weinig werden gehoord voor dit onderzoek; volgens de minister was er weinig tijd voor interviews maar heeft de onderzoekster aan enkele activiteiten, o.a. van "Postküder" (sic), deelgenomen.
Ook op een tweede punt dat wij aankaartten, namelijk dat federaties zogezegd tekortschieten in de ondersteuning van vrouwenbewegingen, wordt geantwoord. Wij schreven: "wie met het verdwijnen van structurele steun de allochtone vrouwenbeweging dood verklaart, negeert de resultaten die in de afgelopen decennia zijn geboekt en de rol die federaties op dit moment spelen." In de brief wordt enerzijds gezegd dat de gebrekkige ondersteuning door federaties "door verschillende verenigingen en bevoorrechte getuigen aangehaald werd en dus niet kon ontbreken in het rapport." Maar, zo nuanceert de minister: "Uw koepelorganisatie wordt hier uitdrukkelijk genoemd als een federatie die zich toespitst op het versterken van het allochtone vrouwenmiddenveld."
"De problemen van allochtone vrouwen worden nog onvoldoende in (beleids)voorstellen vertaald door het brede allochtone en/of vrouwenmiddenveld. Verdere inspanningen op dit vlak zullen voor ons allemaal een uitdaging blijven." Maar in het besluit bevestigt de minister haar geloof in zelforganisaties en hun koepels.
De Vlaamse Regering keurde op vrijdag 23 januari een voorontwerp van wijzigingsdecreet goed. Dat past het Minderhedendecreet van 1998 aan. Hierdoor wordt het minderhedenbeleid hervormd tot een integratiebeleid.
De hoofdpunten:
Het voorontwerp gaat nu voor (verplichte) adviezen naar de SERV, de Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken en de Raad van State. Daarna gaat het naar het Vlaams Parlement.
In een eerste reactie toonde het Minderhedenforum, waarvan FZO-VL lid is, zich gematigd positief over dit voorontwerp, vooral omdat aan het allochtoon middenveld een belangrijkere rol wordt toebedeeld in het bevorderen van participatie van etnisch-culturele minderheden.
Tegelijkertijd betreurt het Minderhedenforum dat Marino Keulen, de bevoegde minister, kiest voor 'integratie' als overkoepelende titel voor dit decreet. "Integratie" lijkt volgens het Forum nog altijd op "assimilatie".
De volledige tekst van het voorontwerp vindt u via deze link
VZW OBÁ GUINÉ is een vereniging voor Braziliaanse dans, muziek en cultuur….
Brazilië, één van de meest fascinerende landen ter wereld, is bij ons nog tamelijk onbekend. Daarom wil vzw Obá Guiné je laten kennismaken met verschillende aspecten van zijn boeiende cultuur: de muziek, de dans en de sport. De vereniging organiseert lessenreeksen samba, Afro-Braziliaanse dans, capoeira en percussie evenals workshops op aanvraag.
Jair Santana, een echte Braziliaanse professionele lesgever, geeft de cursussen. Via de vzw kun je trouwens ook de swingende percussiegroep “Banda Obá Guiné” boeken die jouw feestjes en party’s opluistert met zijn bruisende en aanstekelijke sambaritmes.
Contact
vzw Obá Guiné
Koepoortkaai 29, 9000 Gent
Tel: 09/223 24 19
website
Allochtone Vrouwen?
8 maart: Internationale vrouwendag. Het thema voor deze nieuwsbrief was snel gevonden. Maart vrouwenmaand. De afgelopen maand heb ik hardnekkig de nationale nieuwssites afgeschuimd op zoek naar inspiratie.
Een laatste hopeloze poging via google leverde uiteindelijk 2 artikels op, uit de bijlagen van de Standaard: 1 over dienstencheques “En het systeem heeft 90.000 laaggeschoolden, onder wie veel allochtone vrouwen, aan een baan geholpen ...” (daarmee was alles gezegd), en 1 over de bekroonde schrijfster Rachida Lamrabet.
Het mag dus duidelijk zijn: allochtone vrouwenverenigingen, vrouwen van allochtone origine in het algemeen zijn geen populair thema in de Vlaamse kranten en televisie. Dit deel van de bevolking is poetsvrouw in schemerige bureaus, wint literaire prijzen of komt op een Vlaamse kieslijst terecht... De andere rollen die deze vrouwen in onze maatschappij spelen komen niet aan bod.
Nochtans maken vrouwen en vrouwenverenigingen een belangrijk deel uit van het allochtone middenveld, zijn allochtone vrouwen penningmeesteres, woordvoerster en voorzitster, organisatrice, fondsenwerfster en projectverantwoordelijke. Allochtone vrouwen in het middenveld houden de belofte van emancipatie levend. Daarvan getuigen de activiteiten waaraan zij deelnemen, de projecten waarin zij zich engageren en het zeer diverse aanbod van de allochtone vrouwenverenigingen. De stilte in de media staat in schril contrast met de mondigheid van deze vrouwen.
Toch voelen sommigen zich nog steeds geroepen om over de hoofden van allochtone vrouwen heen hun emancipatie te bepleiten. FZO-VL's geloof in de kracht van het allochtone middenveld, in de capaciteiten van alle mensen om voor zichzelf te spreken, is op dit vlak misschien nog meer dan elders nodig!
In het kader van dit themanummer spraken we met Senay Durgun, de vicevoorzitster van Posküder die zich in het bijzonder bezig houdt met de meisjes- en vrouwenwerking van de vereniging.
Poskuder is een vereniging van mensen voornamelijk afkomstig uit Posof, een zeer kleine stad in de provincie Ardahan, gelegen in het Noordoosten van Turkije. De streek grenst aan Georgië en ligt niet zo verschrikkelijk ver van de Zwarte Zee. In Gent (meer bepaald in Sint-Amandsberg) wonen ongeveer 170 gezinnen die afkomstig zijn uit deze streek. De naam Posküder is een afkorting van Posof Culturele Vereniging (Posof Kültür Dernegi), de vereniging is opgericht in 1997.
Op de Algemene Vergadering van 2004 werd een nieuwe Raad van Bestuur verkozen, waarin voor het eerst jonge vrouwen sterk vertegenwoordigd zijn. De ‘Vrouwenraad’ (of Meisjeswerking) van Posküder is actief sinds maart 2005. De aanwezigheid en zeggenschap van vrouwen in het dagelijks bestuur, zijn duidelijke aanwijzingen voor de modernisering van Posküder. De vereniging ijvert voor de emancipatie van haar vrouwen.
Senay, wat is volgens jou de belangrijkste bestaansreden van Posküder?
Meisjes, maar ook jongens van onze Posof-gemeenschap zijn vaak afwezig op allerlei evenementen en volgen veel te weinig een hogere opleiding. Vóór de oprichting van Posküder vertoefden jongeren zich vaak in café’s of spendeerden hun vrije tijd gewoon ‘op straat’. Posküder wil ervoor zorgen dat de jongere generatie een veel actievere rol speelt en participeert in de Belgische samenleving (door het organiseren van informatie-avonden, vormingen etc), maar dat zij anderzijds de cultuur van haar ouders met zich meedraagt en waardeert.
Daarom heeft Posküder een veilige en gezellige omgeving gecreëerd waar jongeren terechtkunnen en zich thuis voelen, en waar positieve sociale controle aanwezig is. De aanwezigheid van bestuursleden die een oogje in het zeil houden stelt vaders en moeders gerust, omdat hun kinderen zich in een voor hen vertrouwde omgeving bevinden.
Welke rol spelen vrouwen in de vereniging? En welke activiteiten organiseren jullie specifiek met de vrouwenraad/meisjeswerking?
Ter verduidelijking: Posküder is géén vrouwenvereniging. Posküder is wel één van de weinige Turkse verenigingen in Vlaanderen met een ‘gemengd’ bestuur. Het bestuur vergadert regelmatig; zowel de mannelijke als vrouwelijke bestuursleden brengen hun input en nemen tesamen beslissingen. We hebben ervoor gezorgd dat ook de vrouwelijke leden van onze gemeenschap eindelijk actiever betrokken zijn bij Posküder.
De meisjeswerking speelt nu toch al vier jaar een zeer actieve rol in de vereniging. We organiseren geregeld activiteiten, waarvoor onze leden via onze programmaboekjes en via sms’jes uitgenodigd worden. Onze werking nodigt vaak gastsprekers uit die onze vrouwen en meisjes met interessante thema’s kunnen boeien. Tot dusver hebben we o.a. gynaecologes, psychologes, politica, artsen, een advocate, een kinderarts, het CLB, een godsdienstgeleerde, vzw de Eenmaking (drugspreventie) mogen verwelkomen.
Naast deze interactieve vormingen organiseren we natuurlijk ook ontspannende activiteiten, zoals karaoke-avonden, filmavonden, uitstapjes (naar pretparken, naar de zoo,..) quiz-avonden, workshops, barbecue’s, ladies’ nights etc.
We besteden ook aandacht aan onze kinderen. We verwennen ze regelmatig met kinderfeestjes, uitstapjes en workshops. In samenwerking met de Stad Gent worden ook saz-cursussen (Turks muziekinstrument) en Turkse taal-en cultuurlessen gegeven, en bestaat er ook een kinder-folkloregroep.
Daarnaast geven we ook Nederlandse taalles en hebben we een folkloregroep voor adolescenten, die zowel uit jongens als meisjes bestaat.
Jullie richten jullie vooral op de jeugd, maar jullie publiek is een stuk ruimer. Hebben jullie belangrijke activiteiten in het vooruitzicht?
Onze belangrijkste doelgroep is inderdaad de jeugd; vzw Posküder is tenslotte ook een jeugdhuis en het zijn ook vooral jongeren die nood hebben aan een ‘nuttige’ vrijetijdsbesteding.. Veel van onze jongeren zijn lid van onze voetbalclub, volgen regelmatig vormingen bij ons, doen mee met verschillende recreatieve activiteiten (zoals carting, darts, filmavonden, bowling, uitstapjes, karaoke, feestjes, barbecue’s etc…). Tijdens weekends zijn het vooral deze jongeren die hun tijd bij ons spenderen; ze kunnen gebruik maken van ons computer/internetlokaal, ze kijken tesamen naar films of naar voetbalmatches op het groot scherm, spelen gezelschapsspelletjes, lezen boeken of tijdschriften of slaan een gezellig babbeltje met elkaar.
Maar onze activiteiten richten zich op een groter publiek. We geven vormingen die zowel voor de jongere als de oudere generaties interessant zijn (bijvoorbeeld vormingen omtrent welzijn en gezondheid, drugspreventie, computerlessen, …). Bepaalde activiteiten zijn specifiek gericht op jongeren en andere zijn gericht op verschillende leeftijdscategoriën. Door het organiseren van allerlei activiteiten proberen we het saamhorigheidsgevoel van onze Posof-gemeenschap aanzienlijk te versterken.
Binnenkort is er een uitstap (voor het hele gezin) naar Londen, een bezoek naar de kinder-boerderij, een fietstocht, een zaalvoetbaltoernooi, een worshop henna en juweeltjes voor kinderen en onze jaarlijkse openluchthappening ‘Seyran 2009’ gepland. Ons programma is te vinden op onze website.
Op zaterdag 7 maart 2009 organiseert het vrouwennetwerk “Oog in Oog” haar interculturele vrouwendag. Het netwerk trekt voor deze editie naar het Pierkespark. In de tent en op diverse locaties is er heel wat te beleven. De “rijkdom” van vrouwen wordt getoond!
Vrouwendag
8 maart is door de Verenigde Naties erkend als de Internationale Vrouwendag. Op die dag staat het gevoel van solidariteit en strijdbaarheid van vrouwen overal ter wereld centraal. In Gent organiseert het vrouwennetwerk “Oog in Oog” voor de zesde keer haar eigen interculturele vrouwendag. Nieuw is dat alles doorgaat in één van de kleurrijkste buurten van Gent, de Brugse Poort.
Programma
Vanaf 13.00u is iedereen welkom in het Pierkespark. De witte tent is dé ontmoetingsplek. Na de feestelijke opening wordt er Samba aangeleerd. Om 14u00 start de vrouwenwandeling. “Rijke” vrouwen nemen plaats in de sofa voor een interview en zoete drankjes worden geschonken. In de onmiddellijke omgeving valt heel wat te beleven bij diverse organisaties, gaande van “het rijk der bloemen” tot “het rijk der moeders”. Voor de jongsten, van 3 tot 12 jaar, is er de Kinderplaneet (vzw Jong - Kiekenstraat). Het geheel wordt beëindigd met het slotoptreden door de “Valse Teefjes”, madammen met veel noten op hun zang.
Doorlopend en op verschillende locaties
Het rijk der steken in de Kringwinkel
Het rijk der moeders (Inloopteam Bevrijdingslaan)
Het rijk der bloemen (Buurtcentrum Kokerstraat)
Tentoonstelling met covers van het Rijk der Vrouw (Buurtcentrum Kokerstraat)
Film Zina en Mina Tales ( Koffiehuis Trafiek)
Genieten in Koffiehuis Trafiek
Zoetige en hartige hapjes en drankjes (tent)
Tentoonstelling van juwelen in het Meisjeshuis
Voorstelling theaterproject van Les Meufs (Bovenzaal Trafiek)
Film The Stepford Wives (tent)
Een plannetje met het programma kan je ophalen in het infopunt (tent).
Vrouwennetwerk “Oog in Oog”
Is een unieke samenwerking tussen organisaties en diensten die bijzondere aandacht besteden aan vrouwen. Het netwerk zet zich in voor meer diversiteit in onze samenleving en krijgt de steun van de Stad Gent en de Provincie Oost-Vlaanderen.
Praktisch:
zaterdag 7 maart 2008 van 13.00u tot 18.00u
Pierkespak Brugse Poort - tent, ingang via Reinaertstraat of Haspelstraat
Inkom: gratis
Voor informatie over de Interculturele Vrouwendag of het vrouwennetwerk ‘Oog in Oog’:
Stad Gent – Departement Stafdiensten – ABIS – Diversiteit en Gelijke Kansen
P/a Botermarkt 1 – 9000 Gent
Tel: (09) 268 21 60
gelijke [dot] kansen [at] gent [dot] be
www.ooginoog.be
Contactpersoon: Emily Ghekiere

Op 20 maart wordt het Koffiehuis, met al zijn zalen, feestelijk geopend, en kunnen jullie alvast een kijkje nemen en de agenda volboeken.
Wil je graag met andere vrouwen je ervaringen uitwisselen over de opvoeding van je kinderen, over onderwijs? Hoe kijk je naar je identiteit? Heb je een mening over huwelijksmigratie, intercultureel werken of ouderenzorg? Of interesseert de positie van de vrouw op de arbeidsmarkt je? En kijk je als jongere daar anders naar? Hoe zie je jouw kansen? Kom en laat je stem horen op 14 maart 2009 op het Vrouwencongres ‘In dialoog over wat ons bindt en ons beweegt’ in het Vlaams Parlement
We willen jouw mening horen in het debat over gelijke kansen, integratie en emancipatie. Op basis van deze informatie worden er beleidsaanbevelingen geformuleerd en stemt het Steunpunt Allochtone Meisjes en Vrouwen (SAMV) haar werking af.
Hieronder vindt je de folder en de antwoordkaart.
Één Belg op vijf vindt dat iedereen die tot een etnische minderheidsgroep behoort en hun kinderen, zelfs indien die in België zijn geboren, zouden moeten gerepatrieerd worden.
Zo staat het zwart op wit in een uitgebreide studie over de tolerantie van Belgen ten opzichte van etnische minderheden. Wat zeg je dan? Je leest verder, maar daar word je ook niet meteen vrolijker van.
Het is zeer moeilijk om uit de studie duidelijke conclusies te trekken. Het volledige rapport is een zestigtal bladzijden dik, met analyses van een zestigtal vragen. De antwoorden lopen uiteen en zijn soms moeilijk met elkaar in overeenstemming te brengen.
Zo vindt een groot deel van de 1392 ondervraagden (een representatieve mix van mannen en vrouwen, autochtonen en allochtonen) dat leden van etnische minderheden gelijk behandeld worden (1 op 3) of zelfs bevoordeeld worden (iets meer dan 1 op 3), dat racistische reacties in bepaalde omstandigheden goed te praten zijn (6 op 10), dat leden van etnische minderheidsgroepen in belangrijke mate verantwoordelijk zijn voor criminaliteit, enzovoort. Tegelijkertijd zou een nog veel groter deel van de ondervraagden er geen moeite mee hebben een allochtone collega (79%) of vriend te hebben (69%), vinden zeven op tien Belgen discriminatie bij sollicitaties (zeer) erg, vindt 4 op 5 dat discrimineren aan de deur van uitgaansgelegenheden niet kan, vindt ongeveer de helft van de Belgen een gemengde buurt de ideale buurt en vinden 55% dat de aanwezigheid van verschillende culturen een verrijking is voor de samenleving.
Doordat de ondervraagden warm en koud blazen en de resultaten dus tegenstrijdig lijken, is het moeilijk om er lessen uit te trekken. Toch krijgen we door de gedetailleerde resultaten een algemene indruk van het klimaat in België. En ook al kunnen we geen rechtlijnige conclusies trekken, toch kunnen we interessante vragen stellen, ook voor onze eigen werking.
Zelfs als er maar één vijfde van de Belgen radicaal tegen elke vorm van diversiteit is, en zelfs als het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding dat de studie bestelde hoopvol is over “die groep van 75 procent die aanvaardt dat er minderheden zijn maar daar voorwaarden aan verbinden,” is de multiculturele samenleving nog lang geen feit. Niet in de hoofden, en nog minder in de praktijk.
Dat is wellicht het meest opvallende uit het onderzoek: in het algemeen is er zeer weinig contact tussen de gemeenschappen. Ongeveer 6 Belgen op 10 hebben zo goed als nooit contacten met mensen van etnische minderheden. Als er wel contact is, is dat meestal positief: slechts 37% van de ondervraagden had al een negatieve ervaring met een lid van een minderheidsgroep, 46% procent had al een positieve ontmoeting, en dat blijkt de geesten te beïnvloeden. Net in de groep die nooit contact heeft met minderheden, blijkt de tegenstand tegen de multicurele samenleving het grootst. En naarmate ze meer contact hebben met leden van etnische minderheden worden mensen grotere voorstanders van diversiteit. De interculturele dialoog werpt vruchten af, maar het plantje moet duidelijk nog gevoed worden.
Op 30 maart jongstleden kwam de algemene vergadering van FZO-VL bijeen. (FZO-VL is een vzw, net zoals bij een vzw met menselijke leden moet ook hier minstens eenmaal per jaar de algemene vergadering worden samengeroepen.)
Op het programma stonden de afrekening van 2008 en het budget voor 2009, het werkingsverslag van 2008 en het jaarprogramma voor 2009. Deze documenten werden met eenparigheid van stemmen goedgekeurd door alle aanwezigen, die de verschillende lidverenigingen van FZO-VL vertegenwoordigden.
Het jaarprogramma voor 2009, dat u hier kan vinden, zet sterk in op de uitbreiding van FZO-VL. Bovendien hebben we in 2008 vastgesteld dat de groei van onze federatie ertoe leidt dat de band met sommige van onze leden wat verzwakt. Daarom stelden voorzitter Ceylan Kara en het bestuur van de Federatie een ambitieus plan voor om de leden nauwer te betrekken bij de werking, onder andere door de katern "Vereniging in de kijker" in de nieuwsbrief.
Het Centrum voor de Ontwikkeling van de Jeugd van Ghana is één van de nieuwste leden van FZO-VL, maar sinds de vereniging in de loop van vorig jaar actief werd, organiseerde ze al verschillende activiteiten voor de Afrikaanse en in het bijzonder Ghanese jeugd in Gent. Over een maand viert het Centrum officieel zijn oprichting in de Centrale - de uitnodiging staat verder in de nieuwsbrief - dus vonden we het tijd voor een interview. Maar nog voor we konden vragen wat voor hen de belangrijkste redenen waren om zich te verenigen, ontspon zich het volgende gesprek
Eric (secretaris): Ons belangrijkste doel is de succesvolle integratie van onze jongeren, door hen te steunen bij de moeilijkheden die ze hier ondervinden. We zijn in de eerste plaats een jeugdvereniging, maar we vinden dat jongeren gestuurd mogen worden – daarom helpen wij als volwassenen om richting te geven als de jongeren het moeilijk hebben.
Onze jongeren zitten vaak gewrongen tussen verschillende culturen: de school is anders dan de cultuur van hun ouders die thuis hun identiteit bepaalt, en in de samenleving worden ze geconfronteerd met alle soorten mensen: Aziaten, Turken, Noord-Afrikanen, noem maar op ...
In die situatie willen wij helpen om hun identiteit te vormen door hen eraan te herinneren waar ze vandaan komen. Want er wordt veel van hen verwacht, ze worden door hun omgeving en door hun thuisland als Europeanen beschouwd.
We kunnen natuurlijk de rol van migratie in de ontwikkeling van Afrika niet onderschatten: de geschiedenis Europa en Azië is in grote mate een geschiedenis van migratie; als zwart Afrika moet ontwikkelen, zullen we de input van onze jongeren hier hard nodig hebben.
Maar ik zit hier over jeugd te praten als volwassene - misschien wil Joseph, onze jeugdcoordinator , hier wel wat aan toevoegen
Joseph (jeugdcoordinator): Mijn antwoorden zullen misschien wat verschillen omdat ik hier opgegroeid ben en mijn perspectief dus meer dat van de doelgroep is. Ik zou wat dieper willen ingaan op de veelheid aan verwachtingen die op de jeugd rusten, zoals onze secretaris al zei.
Er zijn de verwachtingen van de ouders, van de gemeenschap ... De oudere generatie heeft heel wat doorgemaakt, ze komen van ver en verwachten daarom dat jij het hier makkelijker hebt. Ze verwachten dat de jongere generatie dokter of advocaat wordt, of minstens universitaire studies doet. Daarom moeten we sterke fundamenten leggen, ook op het vlak van de ouders: als de ouders de taal niet spreken, het onderwijssysteem niet kennen is het risico groot dat hun verwachtingen niet ingevuld worden en dat de jeugd uiteindelijk slechter af is.
Rebecca (de penningmeesteres is er ondertussen bij komen zitten): Onze activiteiten liggen in deze lijn: we werkten al samen met het Centrum voor Leerlingenbegeleiding voor een vorming over schoolmogelijkheden in Vlaanderen, en met het CLB en Agora voor een signalenronde waarbij ouders hun vragen over het schoolsysteem konden stellen.
Daarbij kwamen pijnlijke zaken naar boven, zoals een kind dat door een leerkracht “koning van de jungle” werd genoemd, of een leerkracht die vraagt: “denk je misschien dat je hier in Afrika bent, waar je op de bomen mag rondspringen”. Dat heeft een nefast effect op het zelfbeeld van een kind, het brengt een kind ertoe school te haten en te spijbelen.
Eric: Omdat tijd die op school wordt doorgebracht veel belangrijker en langer is dan de tijd die een kind thuis doorbrengt, haalt dat soort uitspraken kinderen onderuit. Één zo'n opmerking en een kind sluit zijn oren en zijn geest af, de tijd op school is verloren en het kind is getekend voor het leven. Ik ben zelf leerkracht van beroep, en ik kan je zeggen: slechte leerkrachten richten meer kwaad aan dan eender wie!
Rebecca: Terwijl kinderen helemaal niet in huidskleur denken. Mijn dochter schrikte toen ze haar grootmoeder voor de eerste keer zag; ze vond het ongelooflijk dat haar oma zwart was!
Joseph: Eens dat onderscheid wordt ingevoerd, blijft het tekenend voor de rest van het leven. Het vestigt een laag zelfbeeld, jongeren krijgen het gevoel dat ze nooit hetzelfde niveau als de anderen zullen bereiken. Het stelt ze voor de vraag: “zwart of wit, waarbij hoor ik nu eigenlijk?” en dat gaat dieper dan racisme, het is psychologische onrust.
Dat wordt ook nog versterkt door reacties van de samenleving. Jonge Afrikanen, minderheden in het algemeen, worden al niet bijzonder gestimuleerd op school; op een job, als je bijvoorbeeld achter een bureau zit, word je ook nog eens bekeken als een vreemde. Terwijl mensen je soms jarenlang alle dagen zien voorbijkomen met je schooltas! Denken ze dan dat ik studeer om op fabriek te gaan?
Eric: Met deze vzw willen we de jeugd vooruithelpen, hen beschutten en het gevoel geven dat ze ergens terechtkunnen, dat ze aanvaard en gegidst worden. We zouden onze jongeren graag in betere posities zien, hen betere dingen zien doen, en daarvoor willen wij de basis leggen. Daarom richten we ons onvermijdelijk ook op de ouders, proberen we bruggen te slaan waar bijvoorbeeld door de taal verdeeldheid heerst.
We zetten daarop in, omdat als een ouder het schoolboek van zijn kind niet begrijpt, hij of zij ook moeilijk kan helpen. Daarom brengen we ouders en jongeren samen in activiteiten. Als het kind leert, leren de ouders ook en kan het kind zelfs de ouders helpen. Het werkt langs twee kanten: als de ouders pushen, zal het kind ook pushen.
Bovendien, kinderen opvoeden gaat ver in Afrikaanse culturen: kinderen moeten niet alleen naar hun ouders luisteren, maar ook naar een andere man of andere vrouw. Andere mannen en vrouwen hebben dus ook de verantwoordelijkheid voor het opgroeien en het opvoeden van de kinderen. Als onderwijs het belangrijkste is, dan is dat ieders zaak.
In Vlaanderen werken verschillende verenigingen, federaties en organisaties samen in het kader van het project Work-Up.
Inhoudelijke doelstelling
De verenigingen voeren complementaire acties tot een arbeidsbegeleiding op maat van allochtone werkzoekenden die meer ondersteuning nodig hebben dan de reguliere diensten kunnen bieden. Deze leidt ertoe dat deze werkzoekenden zich bij VDAB en/of in een arbeidstraject inschrijven, dat werkzoekenden ingeschakeld worden in een opleiding of
kunnen starten met een job.
Ondersteuning en (her)activering van allochtone werkzoekenden
Met de Vlaamse en Europese verkiezingen in zicht worden politici uitgenodigd op debatten alom. Het eerste grote debat in de Gentse Vooruit zette de toon: het ging er over de staatshervorming, pensioenen en Brussel-Halle-Vilvoorde. Een week later was het weer prijs: het debat werd bepaald door de beslissing van federaal minister Arena dat sommige asielzoekers terug aanspraak kunnen maken op het leefloon. Federaal minister van migratie Turtelboom was ziedend kwaad, en het thema stond op alle agenda's.
Niemand ontkent dat die thema's belangrijk zijn. Alleen zijn het stuk voor stuk thema's waarover de beslissingen in het federaal parlement genomen worden. (Voor de duidelijkheid: het federaal parlement is er voor heel België. De lidstaten van België – Vlaanderen, de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest, het Brussels Hoofdestedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap – hebben elk hun eigen parlement en regering.) Nochtans zijn er op Vlaams niveau meer dan genoeg relevante thema's om over te discussiëren.
Aangezien de gemeenschappen (Vlaanderen, de Franstalige gemeenschap en de Duitstalige gemeenschap) bevoegd zijn voor persoonsgebonden materies zoals onderwijs, welzijn en integratie, en de gewesten (Vlaanderen, Waals Gewest, Brussels Hoofdstedelijk Gewest) het arbeidsmarktbeleid en de tewerkstellingsmaatregelen bepalen, zullen we deze week op het debat van FZO-VL niet naar het federale niveau moeten kijken om onderwerpen in verband met het minderhedenbeleid te bespreken. Op ons debat zullen 6 kandidaten voor het Vlaamse parlement hun visie op de toekomst van Vlaanderen en Europa laten clashen.
Naar aanleiding van de verkiezingen van 7 juni voerde het Minderhedenforum, de koepel van etnisch-culturele verenigingen in Vlaanderen en Brussel, een onderzoek naar de aanwezigheid van etnisch-culturele minderheden op de Vlaamse kieslijsten en was niet blij met de resultaten. Brussel en Europa scoren al bij al nog redelijk bij hun lijstvorming, maar Vlaanderen hinkt achterop. Het Minderhedenforum roept kiezers op om 'kleurig' te kiezen. Lees
meer (website minderhedenforum)
Hierop reageerde onze lidvereniging "Divers en Actief" met de oproep om in de eerste plaats "keurig", op geschikte kandidaten te stemmen. Lees de reactie (website De Morgen)
Let niet op de vergissing van de krant: Divers en Actief is nog altijd niet hetzelfde als FZO-VL
In het kader van onze reeks “Vereniging in de Kijker” spraken we deze maand af met, Ihsan Kizilmese, de voorzitter van de Grote Moskee van Gent in de Kazemattenstraat. Een interessant gesprek over hoe je met beperkte middelen een indrukwekkend gebouw renoveert, over geloof, over de relatie met de buren en over biljarttafels.
Meneer Kizilmese, kan u iets vertellen over de geschiedenis van de vereniging?
Het gebouw van de moskee in de Kazemattenstraat werd gekocht in 1976. Voorheen had de gemeenschap een culturele ruimte van een kerk mogen gebruiken. De pastoor had die ruimte welwillend ter beschikking gesteld, maar ze was eigenlijk veel te klein. Daarom zijn we snel uitgekomen bij dit gebouw, een oude fabriek, die werd gekocht met het geld dat de gemeenschap kon samenbrengen.
Ook de renovatie van het gebouw – die met de nodige problemen gepaard ging; er waren klachten van de buren, de renovatie werd tegengehouden door de rechtbank, ... - is helemaal gefinancierd met giften. De moskee krijgt geen subsidies als dusdanig. De islam is een erkende godsdienst, dat wel, maar om middelen te krijgen moet je erkend zijn. Dat zou via de Executieve van de moslims van België georganiseerd worden, maar na de verkiezingen van de executieve zijn daar verschillende problemen geweest. Nu is het wachten op meer duidelijkheid om ons erkenningsdossier af te ronden.
Recent hebben we nog de gebedsruimte voor het vrijdaggebed (zie foto) en de gebedsruimte voor de andere gebeden herbetegeld. Veel van de werken worden uitgevoerd door vrijwilligers; zeer gemotiveerde mensen: de laatste werken duurden niet langer dan twee maand!
Nu hopen we nog geld bijeen te kunnen brengen om de gebedsruimte en het lokaal voor de vrouwen op te knappen. Die zijn nu nogal kaal, een beetje somber, en we hopen er snel aan te kunnen beginnen.
Rond de moskee worden dus verschillende activiteiten georganiseerd?
Welja, de vrouwenwerking is zo goed als zelfstandig georganiseerd – zolang er geen problemen zijn word ik er niet bij betrokken – en zet verschillende activiteiten op touw: ontmoetingsmomenten, sociale gebeurens, lessen, ... Gisteren nog heb ik een diploma's uitgereikt aan mensen die, zo rond hun 40ste, een cursus koranlezen volgden.
Daarnaast hebben we op de eerste verdieping 8 klaslokalen waarvan vooral de jongerenwerking gebruikmaakt: we organiseren er Koranlessen maar ook lessen volksdans, lessen over Turkse cultuur, ... Ik zou er graag lessen Nederlands starten, maar daarvoor zijn we nog op zoek naar een goede, Belgische leerkracht.
En dan, vooraan, is er de koffieruimte die dienstdoet als ons ontmoetingslokaal. Je hebt gezien, er wordt daar over vanalles gepraat: godsdienst, sport, verschillende culturen enzovoort. Nu, met de verkiezingen hangen er zelfs een paar politieke affiches. In de moskee kan niet aan politiek gedaan worden natuurlijk, maar in de ontmoetingsruimte ... Waar mensen samenkomen wordt over politiek gepraat, dat is niet tegen te houden.
Zeer grote activiteiten gaan er niet door, maar als er voetbal is projecteren we weleens een match. Er staan ook een kicker en twee biljarttafels. Vroeger stond er slechts één, maar dan moesten de jongeren aan de kant van zodra de ouderen wilden spelen. Daarom hebben we samengelegd voor een tweede tafel en we hopen op termijn nog meer te kunnen doen in het ontmoetingslokaal. Maar ook daar wordt alles betaald met giften, de prijzen die we rekenen zijn amper hoger dan de aankoopprijs en alles wordt er gedaan door vrijwilligers.
Je ziet, als voorzitter heeft men hier verschillende verantwoordelijkheden: er zijn alle vrijwilligers van de verschillende werkingen, er zijn de rekeningen die bijgehouden moeten worden, er zijn de gebedsdiensten en grote feesten die georganiseerd moeten worden, er zijn de bestellingen die moeten worden gedaan, er is het onderhoud van de lokalen, ... Zo heeft men veel zaken aan het hoofd, maar ik voel mij gesterkt door mijn geloof en vind daar rust in.
Religie blijft natuurlijk het belangrijkste voor deze organisatie. Werkt u samen of overlegt u met andere moskeeën of gelijkgezinde verenigingen?
Kijk, de Islam is een religie die niet toelaat anderen kwaad te doen. Zoals elke religie probeert ook de Islam natuurlijk mensen te bekeren, maar dat kan alleen maar met respect gebeuren. Als er op dit moment conflicten en oorlogen in de moslimwereld zijn, zijn dat oorlogen die ingegeven zijn door hebzucht, door de drang om meer territorium te veroveren, door economische redenen zoals petroleum. Vechten voor bezittingen kan alleen maar tot de ondergang leiden, dat zien we ook in de geschiedenis van het Ottomaanse rijk.
Er is daar een parallel te trekken met het pad dat een individu volgt in het leven: in deze samenleving is er veel dat mensen ertoe brengt altijd meer te willen, velen worden verblind door hebzucht, door de verlokkingen van plezier, ... Dan kan men kiezen om die weg in te slaan, en altijd meer te willen, of men kan kiezen voor meer soberheid die wordt ingegeven door religie. Velen, ikzelf bijvoorbeeld ook, vinden de weg van dat soort wildheid naar de rust in het geloof.
Wij geloven dat de Islam er als religie is om te geven, om mensen iets waardevols te bieden. Mede daarom vinden wij openheid belangrijk. Tijdens de Gentse Feesten bijvoorbeeld zijn er interculturele wandelingen die eindigen in de moskee. Regelmatig zijn er ook bezoeken van scholen, laatst was hier zelfs nog een bus uit Roeselare.
Bovendien onderhouden wij goed contact met “De buren van de abdij”, een groep die de Sint-Baafsabdij, het oudste gebouw van Gent, wekelijks openstelt voor het publiek. Veel mensen weten dat niet, maar een van de eerste priesters van de Machariusparochie – de kerk staat hier net achter de hoek – kwam uit Turkije, uit de buurt van Antiochië. We zijn recent opgenomen in een boek dat ze hebben uitgegeven. Zo komen mensen die dikwijls zelfs niet wisten dat hier een moskee is wat meer te weten over onze gemeenschap.
De lente is eindelijk doorgebroken: de bomen schieten in het blad, de barbecues roken dat het een lieve lust is, de activiteiten vermenigvuldigen zich naarmate de zon meer begint te schijnen, politici maken meer vrienden dan in de afgelopen vijf jaar ...
Als uw brievenbus al scheefhangt van de politieke foldertjes, doen wij er gewoon nog een schep bovenop: in deze nieuwsbrief geven we een overzicht van de Vlaamse partijstandpunten, genoteerd door onze ijverige medewerksters op het FZO-VL-debat.
Nu zowat alle partijen de mond vol hebben van diversiteit, vroegen we aan de vertegenwoordigers waarom we net op hun partij zouden stemmen.
(Fatma Pehlivan kon slechts met enige vertraging aan het debat deelnemen - daarom ontbreekt hier de sp.a)
Mohamed Ridouani (SLP): Wij maken van diversiteit en interculturaliteit een speerpunt, en dat niet alleen op het vlak van cultuur. Het samenleven van mensen kan maar dankzij hun eigen inzet, maar vereist ook dat emancipatieprocessen ondersteund worden. Dit betekent dat SLP sterk wil investeren in gelijke kansen: gelijke kansen in het onderwijs en gelijke tewerkstellingskansen.
Arafat Bouachiba (Open VLD): Wij zien allochtonen net niet als een aparte doelgroep, wij gaan ervan uit dat iedereen Belg is en gelijk behandeld wordt. Wij vinden dat het woord “allochtoon” moet verdwijnen, omdat daarmee leden van etnisch-culturele minderheden bijna vanzelf in de groep van de kansarmen worden gestoken. Tezelfdertijd zien we dat bepaalde groepen meer dan andere in de kou blijven staan. Maar wij geloven niet dat dat opgelost wordt door mensen als onderdeel van een groep aan te spreken. Diversiteit, dat is trouwens meer dan alleen Turken en Marrokanen.
Elke Decruynaere (Groen!): We zitten midden in een ecologische en economische crisis. Dit is een kantelmoment; we moeten deze gelegenheid grijpen om de economie in een ecologische economie te veranderen. Groen! heeft bij deze verandering meer aandacht dan eender welke andere partij voor de kwaliteit van het leven. Dat betekent dat wij kijken naar de combinatie van werk en gezin, dat wij willen investeren in de zorgsector. Kwaliteit van het leven betekent voor ons ook dat iedereen meetelt: niet enkel de “hardwerkende Vlaming” maar ook kansarmen, sans-papiers, mensen met een handicap ... Wij pleiten voor volwaardig burgerschap voor al deze mensen als voorwaarde voor gelijke kansen.
Veli Yüksel (CD&V): Wij zijn “sterk in moeilijke tijden”, zegt onze slogan. Om de crisis aan te pakken willen wij bedrijven ondersteunen, zuurstof in de economie pompen. Bij ons staan gezinnen centraal, wij geloven niet in de opdeling tussen autochtoon en allochtoon. Om de crisis aan te pakken willen wij een tastbaar groen beleid. Kortom, wij staan voor een gezond en evenwichtig beleid.
Françis Van den Eynde (Vlaams Belang): Ons programma is hetzelfde voor allochtonen en autochtonen, ik ga hier niemand naar de mond praten. Wij zijn voor de Vlaamse onafhankelijkheid, omdat dat de enige manier is om onze welvaart veilig te stellen én onze cultuur te vrijwaren. Wij zijn Euro-kritisch, in de eerste plaats omdat Europa niet democratisch werkt. Op vlak van immigratie zeggen wij dat iedereen welkom is, op voorwaarde dat men zich aanpast. Maar in feite moet men stoppen met het toestaan van immigratie, er wonen hier al teveel mensen.
Zijn nieuwkomers de eerste slachtoffers van de crisis? Zijn er oplossingen voor de hoge werkloosheid onder allochtonen?
Mohamed Ridouani: Zowel nieuwkomers als mensen van de tweede en derde generatie zijn als eerste slachtoffer geworden van de crisis. Maar de oplossing moet niet gezocht worden in positieve discriminatie. Eerst en vooral moet discriminatie bij de aanwerving worden aangepakt, maar discriminatie is natuurlijk een veel ruimer probleem dat in zijn geheel moet worden bestreden – kijk maar naar het blijvende probleem met diploma's.
Arafat Bouachiba: Zijn allochtonen de eerste slachtoffers? Discriminatie op de arbeidsmarkt was er al voor de crisis, maar wordt er nu door versterkt. Om die discriminatie aan te pakken moet je natuurlijk wel kunnen bewijzen dat de werkgever echt discrimineert.
Wij geloven niet in positieve discriminatie, maar pleiten voor een betere ondersteuning van de meldpunten die naar het voorbeeld van het Gentse “Meldpunt discriminatie” zijn opgericht. Er moet gestreefd worden naar een betere samenwerking met het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding.
Elke Decruynaere: Er bestaan al wettelijke middelen, zoals de anti-discriminatiewet en het Vlaamse gelijkekansendecreet, maar die leveren niet genoeg op. Daarom vinden wij het zeer belangrijk dat er de praktijktests ingevoerd worden, en dat die rechtsgeldig zijn. Want het is duidelijk dat allochtonen de eerste slachtoffers van de crisis zijn. Dat ligt eraan dat allochtonen overwegend in slechte statuten tewerkgesteld zijn, maar ook aan het zogenaamde last-in – first-out-mechanisme: allochtonen werden pas aangeworven als er bijna geen Belgische werklozen meer waren.
De belangrijkste oplossingen voor deze hoge werkloosheid blijft volgens ons opleiding en het informeren van werkzoekenden.
Veli Yüksel: Allochtonen werken in de klassieke sectoren zoals textiel, metaal, auto-industrie, ... die het hardst getroffen zijn door de crisis. Daar komen de kwetsbare statuten en het interimwerk plus de lage scholingsgraad bovenop. In minder kwetsbare sectoren, zijn allochtonen ondervertegenwoordigd: bij de Vlaamse overheid werken er 700, dat is niet meer dan 2% van het totaal aantal Vlaamse ambtenaren. De stad Gent doet het als werkgever met amper 3,3% allochtone personeelsleden amper beter.
Françis Van den Eynde: Ik ben blij dat ik eens mag uitleggen waarom ik vind dat het woord discriminatie veel te vlug gebruikt wordt. Wij geloven dat als er genoeg werk zou zijn, iedereen zou werken. Maar wij vinden het niet meer dan normaal dat een werkgever de voorkeur geeft aan het eigen volk en dat dit ertoe leidt dat Vlamingen eerder werk krijgen dan allochtonen.
Fatma Pehlivan (sp.a) (stormt de zaal binnen): Meneer Van den Eynde, dat is puur racisme! Puur racisme, zo noem ik dat!
We moeten investeren in jobs voor iedereen. Dat veronderstelt inzet om de instroom van allochtonen bij tewerkstelling te versterken, onder andere door te investeren in een diversiteitsbeleid. We zouden daartoe ook graag de taalvereisten bij aanwervingsexamens verlagen, maar dat is helaas een federale materie. In elk geval is er vooruitgang geboekt
Veli Yüksel: We merken dat tewerkstelling een thema is dat de mensen na aan het hart ligt. Daarom pleiten wij dat er rekening gehouden wordt met adviezen van het middenveld bij het tewerkstellingsbeleid, dat er samengewerkt wordt met middenveldorganisaties zoals de jobbeurs van Kif-Kif, dat er convenanten worden afgesloten met organisaties, ...
Als er in Gent vooruitgang geboekt is, is die veel te traag: de stad heeft op dit moment amper 3,3 % allochtonen in dienst.
Mohamed Ridouani: In Leuven zijn wij van 2% naar 8% allochtone werknemers gestegen, maar daarvoor volstaat een diversiteitsplan – dat vaak een lege doos blijft – niet. Je moet investeren in toeleiding naar de jobs, je moet samenwerken met organisaties om mensen op de hoogte te brengen van de vacatures en je moet als stad doordringen in de gemeenschappen om mensen als het ware “in de vacatures binnen te trekken”.
Arafat Bouachiba: Wel, schepen Matthias Declercq heeft dat met “Gent, Stad in Werking” al mooi nagestreefd. In dat project worden allochtonen en ondernemers aangesproken, onder andere via de werking met allochtone rolmodellen, de zogenaamde ambassadeurs.
Elke Decruynaere: Dan is hij zelf wel een bijzonder slechte ambassadeur: zijn hoofddoekenverbod heeft mensen vooral afgeschrikt om bij de stad te komen werken. Wij zijn voorstanders van een systeem ...
Van het thema tewerkstelling vloeiden we naadloos over in het thema "Quota". Wat vinden de verschillende partijen ervan om vast te leggen of en hoeveel allochtonen de overheid en bedrijven moeten aanwerven?
Elke Decruynaere: Groen! pleit voor een systeem waarin bij overheidsopdrachten criteria op het vlak van diversiteit worden opgelegd. Als de Vlaamse overheid, of de stedelijke overheden een bepaald werk willen laten uitvoeren, wordt er nu bijvoorbeeld nagekeken of een aannemer rekening houdt met het milieu. Op dezelfde manier kan bij aanbestedingen ge-eist worden dat een werkgever een diversiteitsbeleid voert en daarbij bepaalde quota haalt. Op dit moment wordt zo'n systeem toegepast in landen als Oostenrijk en Finland, in Vlaanderen moet dat dringend ingevoerd worden. In het beleid van de stad Gent staan nergens concrete streefcijfers, bijvoorbeeld.
Fatma Pehlivan: Er zijn wèl streefcijfers! We hebben altijd gezegd te streven naar een ambtenarij die de bevolking afspiegelt en in Gent zijn er ongeveer 10% allochtonen. Het quotum voor tewerkstelling is dus 10%.
Veli Yüksel, Elke Decruynaere (samen): Ah bon. Dat staat nergens opgeschreven, mevrouw Pehlivan. Dit is de allereerste keer dat we dat cijfer horen, maar 't is genoteerd. 10 procent, we houden u eraan.
Francis Van den Eynde: Het Vlaams Belang heeft een enorm probleem met het dogma van “de weerspiegeling van de maatschappij”. Wij vinden dat men moet uitgaan van de bekwaamheden van mensen, en niet van quota bij aanwervingsprocedures. Quota vervalsen de procedures.
Elke Decruynaere: Quota gaan vanzelfsprekend samen met bekwaamheid. De quota worden zowiezo slechts toegepast op mensen die al geslaagd zijn voor toegangsexamens. Het gaat dus duidelijk niet om voortrekkerij, maar om een manier om mensen evenredig te vertegenwoordigen.
Mohamed Ridouani: SLP is tegen quota, omdat die onvermijdelijk een stempel drukken op de werkzoekende, wat zorgt voor frustratie en stress. In plaats van toevlucht te zoeken tot dat soort kunstmatige ingrepen, willen wij de investeren in de competenties en kwaliteiten van de allochtone werkzoekenden. Maar ook moet de gelijkschakeling van buitenlandse diploma's nu eindelijk eens versoepeld worden, en moeten barrières zoals de nationaliteitsvereiste voor ambtenaren afgeschaft worden.
Veli Yüksel: Ook CD&V gelooft in de kwaliteiten van de werkzoekenden als belangrijkste factor. Maar bij gelijke kwalificatie kan één van de kandidaten wel beloond worden.
Fatma Pehlivan: Ook de sp.a wil mensen in de eerste plaats op basis van competenties aanwerven.
We vroegen de kandidaten om hun visie op onderwijs, en dan vooral naar de oplossingen die ze hebben voor de vaak betreurde segregatie in het onderwijs en de taal- en economische achterstand van allochtone leerlingen.
Veli Yüksel: Wij gunnen iedereen het recht op onderwijs. Wij zijn tegen zogenaamde “zwarte” en “blanke” scholen, omdat die mensen voorbereiden op een gesegregeerde samenleving. Wij willen een inschrijvingsbeleid dat ertoe leidt dat het aantal concentratiescholen daalt en de kwaliteit van het onderwijs stijgt. We moeten ervoor zorgen dat blanke leerlingen de “zwarte” scholen aantrekkelijk vinden en tegelijkertijd moeten we ervoor zorgen dat er een einde komt aan de problematiek van ouders die voor de schooldeuren kamperen om hun kind ingeschreven te krijgen. Daarom moet er een spreidingsbeleid komen bij de inschrijvingen.
Mohamed Ridouani: Het belangrijkste is vooral dat we sterke en zwakke leerlingen kunnen mixen. Dat begint al bij het kleuteronderwijs: allochtone kleuters worden later ingeschreven en volgen de klasjes onregelmatiger. Daarom zijn wij voor de invoering van de schoolplicht op 3 jaar, ook om de taalachterstand van allochtone scholieren te bestrijden.
Ten tweede is er een probleem van allochtone leerlingen die terechtkomen in een stroom van minder kwalitatief onderwijs – slechte lagere school, georiënteerd naar beroepsonderwijs, enzovoorts. Daarom moet het CLB hervormd worden, en moeten kwetsbare leerlingen en hun gezin ondersteund worden. In Leuven hebben we nu een buddy-project, waarbij hogeschoolstudenten ingezet worden voor huistaakbegeleiding, voor studie-coaching en de extra aandacht geven die allochtone leerlingen vaak nodig hebben.
Ten slotte is het probleem van de concentratiescholen natuurlijk ook een probleem van concentratiewijken. Om dat op te lossen moeten sociale woningen geintegreerd worden in gewone wijken, en moeten er herwaarderingsprojecten komen voor wijken die nu achtergesteld zijn. Dan komt er bijna automatisch een leerlingenmix in de buurtscholen.
Fatma Pehlivan: De sp.a is vanzelfsprekend gekant tegen concentratiescholen. Ook wij maken de analyse dat het probleem van de concentratiescholen samenhangt met het probleem van “concentratiebuurten”, zoals de Gentse negentiende-eeuwse gordel. Dus ook daaraan moet iets worden gedaan.
Ten tweede vinden wij dat er geïnvesteerd moet worden in de zoektocht naar – en ik spreek uit eigen ervaring – beter aangepaste pedagogische projecten.
Ten derde moeten er meer middelen vrijgemaakt worden om te investeren in onderwijs, en dan vooral in leerlingen die meer kansen moeten krijgen.
Arafat Bouachiba: Ook wij zijn natuurlijk begaan met het probleem van de concentratiescholen, en vinden dat daaraan iets moet veranderen. Een van de oplossingen is ook volgens ons de invoering van de leerplicht op 3 jaar. Ten tweede moeten we met alle mogelijke middelen streven naar een sociale mix in de scholen.
Elke Decruynaere: wij zijn voorstander van een systeem dat lijkt op het systeem dat nu in Gent wordt toegepast, waarbij leerlingen op basis van factoren zoals taal, broers & zussen, nationaliteit, eerder ingeschreven worden in bepaalde scholen dan andere leerlingen. Dit systeem moet algemeen gemaakt worden om tot een effectief spreidingsbeleid te komen. Daarnaast moeten een aantal drempels worden weggewerkt, zoals het feit dat de inschrijving in dit systeem nu via internet verloopt.
In het algemeen is Groen! voor de uitbreiding van het leerzorgkader. Daarmee bedoelen we dat leerlingen op school een groter vrijetijdsaanbod krijgen, dat ze langer op school kunnen blijven, waardoor de mix niet alleen op de scholen maar ook tijdens de vrijetijdsbesteding plaatsvindt.
Françis Van den Eynde: Ik vind het maar normaal dat iedereen zo goed mogelijk onderwijs zoekt voor zijn kinderen, en ik vraag me af of de overheid daar wel zoveel in moet ingrijpen. Ik heb dus grote vragen bij het invoeren van die criteria bij de inschrijving. We kunnen er wel naar streven om een mix door te voeren, maar we moeten er toch op letten dat we daarin niet zover gaan dat we het niveau van bepaalde scholen aanpassen. Met andere woorden, we moeten in de eerste plaats de kwaliteit van het onderwijs hoog houden.
Het hoofddoekendebat: in Antwerpen werd het hoofddoekenverbod ingevoerd door de sp.a van Patrick Janssens, in Gent was sp.a tegen een dergelijk verbod. CD&V, nochtans een christelijke partij, stemde voor het verbod op religieuze symbolen. Wat zijn nu net de standpunten van de verschillende partijen?
Arafat Bouachiba: We moeten toch een zekere duidelijkheid scheppen. Wat wordt voorgesteld als een hoofddoekenverbod is een algemeen verbod op het vertoon van religieuze en levensbeschouwelijke tekenen. Als liberalen zijn wij tegen het vertoon van geloofssymbolen in publieke functies, omdat de neutraliteit van de openbare diensten gegarandeerd moet zijn. Het is dus niet meer dan logisch dat wij het dragen van de hoofddoek niet konden toestaan bij de stedelijke openbare diensten.
Mohamed Ridouani: SLP is tegen een verbod, van ons mag iedereen aan de balie zitten met een hoofddoek als ze de juiste capaciteiten hebben. Van belang is dat de dienstverlening kwaliteitsvol is.
Fatma Pehlivan: In Antwerpen stelde het probleem zich anders, maar met de Gentse fractie hebben wij ons inderdaad heftig verzet tegen de invoering van het hoofddoekenverbod. Wij vinden dat de lokale overheden in dit soort aangelegenheden in alle vrijheid door moeten kunnen beslissen, in Gent heeft de volledige sp.a-fractie tegengestemd.
Veli Yüksel: Wij, als christendemocraten, vinden dat ieders geloofsovertuiging en de uitdrukking van dat geloof gerespecteerd moeten worden. De individuale ambtenaar is echter volledig vrij om al dan niet een hoofddoek te dragen, zolang hij of zij maar op een neutrale manier de mensen bedient.
Mohamed Ridouani: dat is niet het standpunt van uw partij.
Veli Yüksel: Toch wel, de partij stelt dat de neutraliteit van de openbare diensten gegarandeerd moet zijn.
Françis Van den Eynde: Het Vlaams Belang heeft het voorstel hier in de gemeenteraad gelanceerd, en VLD en CD&V zijn gevolgd – welnu, ons voorstel is wel wat afgezwakt. Ik geloof absoluut in de scheiding van kerk en staat en ben dus voorstander van dit verbod.
Elke Decruynaere: Groen! is voorstander van de scheiding van kerk en staat, maar maken daarbij het onderscheid tussen de overheid en het individu. Wij pleiten voor actief pluralisme, waarbij eenieder vrij is religieuze symbolen te dragen, maar waarbij de neutraliteit van de dienstverlening en de neutraliteit van de overheid gegarandeerd is. Overheidsgebouwen mogen geen religieuze symbolen dragen, maar de individuele ambtenaar kan gerust een religieuze overtuiging hebben zonder daarin gediscrimineerd te worden.
Naar aanleiding van de onverwachte maar overduidelijke overwinning van de N-VA bij de afgelopen Vlaamse verkiezingen, hadden wij een onderhoud met Theo Francken, hun fractiemedewerker voor het thema inburgering en migratie. Inmiddels ligt het Vlaamse regeerakkoord er (zie hier). Het hoofdstuk Inburgering draagt duidelijk de sporen van het N-VA-programma. De Vlaamse minister voor inburgering - meteen ook de minister met de meest exotische naam van de regering - is bovendien Geert Bourgeois van de N-VA. Tijd voor wat achtergrond, dus.
Theo Francken: "Voor de N-VA betekent inburgeren ‘deelnemen’. Inburgering is een proces van kansen geven aan mensen; kansen op werk, op sociaal contact, op een diploma of certificaat…
Het is dan ook duidelijk dat wij tegen de visie van het Vlaams Belang zijn, dat wij mensen niet zwart willen maken maar net de kans willen bieden zich te integreren. Maar wij zijn wel voor een beleid waarbij we een stok achter de deur kunnen houden. We pleiten ervoor om het aanbod en de kansen voor integratie uit te breiden, maar vinden dan ook dat inburgering verplicht moet zijn.
Het Vlaamse inburgeringsbeleid zoals het er vandaag uitziet, is in grote mate de verdienste van de N-VA. Wij zijn ook de enige partij die zo vroeg op een serieuze manier met het thema bezig was. Uiteindelijk heeft de Vlaamse regering onze voorstellen omtrent inburgering bijna volledig gevolgd.
Mensen zien best wel in dat het verplichtende karakter goed bedoeld is: laatst nog kregen we de vraag van een organisatie voor slachtoffers van mensenhandel om ook voor hun doelgroep de inburgeringstrajecten verplicht te maken.
Wat betreft de rol van het middenveld in inburgering legt de N-VA de klemtoon op inspraak. Daar is het Minderhedenforum volgens ons een belangrijke speler, alhoewel we daarover gemengde geluiden horen uit het middenveld zelf. Mijn partij heeft bovendien gepleit voor de oprichting van een kenniscentrum dat beleidsadviezen kan formuleren. Een dergelijk kenniscentrum komt er nu ook volgens het nieuwe decreet. Op dit vlak is een belangrijke rol weggelegd voor het Vlaams Minderhedencentrum."
En de visie van de N-VA op diversiteit? Dan denk ik bijvoorbeeld aan jullie mening over de hoofddoek, of over die situatie op het speelplein in Liedekerke waar een jaar geleden enkel Nederlandse kinderen toegelaten zouden worden, of de eis dat mensen bereid zijn Nederlands te leren voor ze een sociale woning kunnen krijgen, ...
Theo Francken: "Wat betreft de hoofddoek gaan wij bij voorkeur uit van de autonomie van de scholen. Wij zijn geen voorstanders van verboden over de hele lijn. Die zaken draaien namelijk allemaal rond het onderscheid tussen private en publieke cultuur. In veel situaties – op school, op de speelplaats, op het werk, in de winkel – wijst dat zichzelf uit.
Privaat kan iedereen in alle vrijheid zijn eigen cultuur beleven, maar er is ook een publieke cultuur waarmee rekening gehouden moet worden. Ik heb zelf vrijwillig een paar lessen uit een inburgeringstraject meegevolgd, en vond het zeer interessant hoe onze gedeelde normen en waarden daar werden uitgelegd. Mensen leren daar bijvoorbeeld dat het in onze cultuur niet kan om homofilie te veroordelen. Dat is een voorbeeld van de waarden en normen die in de publieke sfeer door iedereen geaccepteerd moeten worden.
Als het gaat over taal geldt eigenlijk hetzelfde onderscheid tussen publieke en private cultuur.
Maar laat me eerst verduidelijken dat het voorbeeld van het speelplein van Liedekerke zeer ver ging, net zoals de hetze er rond. Ik wil erop wijzen dat de N-VA helemaal niet achter die regeling zat, en dat de bevoegde Vlaamse minister Marino Keulen onmiddellijk heeft ingegrepen. Wist je trouwens dat in Sint-Lambrechts-Woluwe, in het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk gewest, dezelfde regeling bestaat voor kinderen die geen Frans spreken en er daar geen haan naar kraait?
Vlaanderen daarentegen is officieel ééntalig en dat willen wij zo houden, maar wij weten dat bij het opleggen van taalvereisten ook sociale basisrechten en vrijheden in het oog gehouden moeten worden. In bestuurszaken en de publieke sfeer moet aan de taalwetten vastgehouden worden, maar dat betekent niet dat mensen geen andere taal dan het Nederlands mogen spreken. Wij hebben altijd gezegd: “Vlaanderen ééntalig, Vlamingen meertalig.” Maar een taalbereidheidsvereiste, zoals die in de Vlaamse wooncode is opgenomen, blijven wij een goede zaak vinden."
En hebben jullie voorstellen om diversiteit te stimuleren bij de autochtone bevolking? Op dit moment is de situatie soms zorgwekkend: uit een recent onderzoek blijkt dat 1 Belg op 5 vindt dat iedereen van allochtone afkomst terug naar het land van herkomst (van de ouders) gestuurd moet worden.
Theo Francken: "Wij vinden het vanzelfsprekend dat de hele samenleving zich moet inspannen voor inburgering. Wij pleiten er al lang voor dat het integraal afleggen van een inburgeringstraject tot een inburgeringsattest moet leiden. Dat bewijst dan dat de houder van dat attest een inspanning heeft gedaan, en moet ook een civiele betekenis hebben zodat er met andere woorden een aantal voordelen aan ontleend kunnen worden. Wij wensen bijvoorbeeld dat dit geagendeerd wordt tussen de sociale partners, zodat werkgevers dit attest naar waarde schatten. Wij vinden dit een betere benadering dan quota, ook omdat mensen fier kunnen zijn op hun inburgeringsattest als ze er een job mee krijgen.
Over andere voorstellen zijn wij minder enthousiast: wij zijn niet voor het invoeren van drempelverhogende inburgeringsexamens – hoe doe je dat? – of voor grote verbintenissen om de Vlamingen verdraagzamer te maken zoals het Pact van Vilvoorde stelt. Dat soort zaken kan bijna niet lukken. Hoe begin je daaraan, het aankweken van verdraagzame attitudes? Meestal heeft dat toch een omgekeerd effect; de Vlaming is wel slim genoeg om voor zichzelf te denken, en als je de Vlaming paternalistisch benadert zullen mensen algauw het tegenovergestelde doen. Bovendien, gesteld dat je het zou proberen, hoe ga je je resultaten meten? Verbintenissen uit het verleden zijn spaak gelopen omdat er geen parameters waren om eventuele vooruitgang te berekenen."
Hoe zien jullie de rol van het allochtoon middenveld?
Theo Francken: "Zoals gezegd zijn wij voor inspraak van het middenveld. Op dit moment is dat al geregeld via het Minderhedenforum. Daarnaast is er het Vlaams Minderhedencentrum waarvoor wij zo hebben geijverd, dat de rol kan spelen van het expertisecentrum.
Het middenveld moet ook gesteund worden, maar of de Vlaamse overheid daarvoor het beste niveau is, is een andere vraag. Veel moet op het stedelijk niveau geregeld worden, daarnaast is er het Federaal Impulsfondscomité. Daar vinden we wel dat de subsidieverlening zo goed mogelijk geobjectiveerd moet worden – er is in het verleden weleens geld gevloeid naar projecten die maar zeer weinig om het lijf hadden, terwijl bijvoorbeeld een Vlaams jeugdhuis op zijn geld kon wachten. Dat steekt natuurlijk ogen uit en bevordert de integratie niet meteen.
Er moet dus een goede screening zijn van de te subsidiëren projecten, waarbij ook prioriteiten gesteld kunnen worden. Dat je bijvoorbeeld zegt: “Werk en onderwijs liggen bovenaan, daar kan niet genoeg geld naartoe gaan, die krijgen eerst en vooral subsidies.” Maar daar geldt opnieuw dat ook niet-allochtone organisaties op subsidies wachten, wat de nood aan goede controle nog maar eens benadrukt."
Wat is jullie standpunt over het migratiedossier, en vooral met betrekking tot economische migratie? Wat vinden jullie van het Europese beleid waarbij mensen die economisch nuttig zijn een tijdelijke verblijfsvergunning kunnen krijgen?
Theo Francken: "Wij staan voor een beleid dat gebaseerd is op het principe van de communautaire preferentie. Dat betekent dat je spanning op de arbeidsmarkt, onder de vorm van knelpuntberoepen, eerst hier probeert op te lossen, dan gaat kijken of je binnen Europa de nodige werkkrachten vindt en pas daarna gaat kijken naar immigratie van elders in de wereld. Wij vinden dus zeker dat economische migratie mogelijk moet zijn, wij zijn voorstanders van economische migratie binnen knelpuntberoepen. Wij vinden dat de verblijfsstatuten die eruit voortvloeien tijdelijk moeten zijn, en telkens met een jaar verlengd kunnen worden. Wij vinden ook niet dat voor economische migranten bijzondere opvang voorzien moet worden."
Wat vindt u van het invoeren van criteria voor regularisatie die vooral rekening houden met het economische nut dat een migrant kan hebben voor onze samenleving?
Theo Francken: "Wij zijn voorstanders van de invoering van criteria, zoals dat al lang geëist wordt door een grote groep maatschappelijke bewegingen. Maar wij zijn helemaal geen voorstanders van een algemene regularisatie. Bijvoorbeeld: wie hier bij zijn aankomst geen asielaanvraag heeft ingediend, of wie op basis van die aanvraag nu uitgeprocedeerd is, kan hier in principe geen verblijfsstatuut krijgen. Maar net daar knelt op dit moment het schoentje: de asielprocedure duurt te lang en er is geen terugkeerbeleid, waardoor verschrikkelijke situaties ontstaan. Dat menselijke aspect mag niet uit het oog verloren worden.
Om nu oplossingen te vinden zijn wij geen tegenstander om te kijken wat iemands mogelijke rol kan zijn op de arbeidsmarkt. Wij vinden dat werk gerust mag meespelen, op dat vlak zitten we vrij dicht bij OpenVLD. Maar wij vinden bovenal dat de beslissing wie kan blijven en wie niet op basis van objectieve criteria moet gebeuren en niet louter genomen mag worden door de minister, al was het maar om alle zweem van vriendjespolitiek te vermijden."
Dhr Petrucci, zaakvoerder van de vzw's BrasilEuro en Cleanse, wordt in verdenking gesteld van zwendel, witwaspraktijken en tewerkstelling van arbeiders zonder arbeids- of verblijfsvergunning. Hij stelde een 500-tal mensen zonder papieren tewerk met de belofte hen een legale verblijfsvergunning te verschaffen.
Begin april viel de politie binnen in de kantoren van de vzw's, dhr. Petrucci, spiegelde de werknemers zonder papieren fabeltjes voor. Via BrasilEuro of Cleanse zouden ze legaal kunnen werken, ingeschreven zijn bij de RSZ en bovendien zouden ze een legale verblijfvergunning kunnen krijgen. Had het regeerakkoord van april 2008 immers niet beloofd mensen zonder papieren te regulariseren indien ze een "vaststaand werkaanbod" konden voorleggen?
De werkelijkheid was minder rooskleurig. Dhr. Petrucci stak de subsidies van de overheid in eigen zak en liet na de bijdragen aan de sociale zekerheid te betalen. Van een legaal verblijf voor de werknemers was er geen sprake. Het regeerakkoord werd immers nog steeds niet uitgevoerd en daar kon ook dhr. Petrucci niets aan veranderen.
Dhr. Petrucci is momenteel in voorhechtenis. Hij wordt onder andere in verdenking gesteld van zwendel, witwaspraktijken en tewerkstelling van arbeiders zonder arbeids-of verblijfsvergunning.
PROGRESS Lawyers Network vond samen met de socialistische en de christelijke vakbond, Orca, Ciré en de vzw Abraço dat de slachtoffers niet vergeten mogen worden. Verschillende advocaten bundelden hun krachten om de werknemers van dhr. Petrucci een stem te geven. Op 10 juni werd er reeds voor 200 onder hen, een burgerlijke partijstelling ingediend.
Dhr Petrucci is echter niet de enige schuldige in dit verhaal. De mensen zonder papieren putten hoop uit het regeerakkoord en wachtten op de uitvoering ervan. Minister Turtelboom en de regering dragen door hun inertie een grote verantwoordelijkheid. Deze zaak maakt nogmaals duidelijk dat het regeerakkoord dringend moet worden uitgevoerd.
Om deze boodschap kracht bij te zetten werd er op 3 juni een manifestatie georganiseerd die de kabinetten van Minister Turtelboom en Minister Milquet aandeed. Daar waar Minister Turtelboom de deuren gesloten hield, ontving Minister Milquet een delegatie, met onder andere advocaten Marie-Pierre de Buisseret en Julie Tieleman van PROGRESS Lawyers Network.
Momenteel leven de voormalige werknemers van BrasilEuro en Cleanse in onzekerheid. Het is nog onduidelijk of ze in België mogen blijven. PROGRESS Lawyers Network probeert in samenwerking met andere advocaten de slachtoffers juridisch bij te staan. Naast de burgerlijke partijstelling zal er nagegaan worden in hoeverre de werknemers zonder papieren hun verblijf kunnen regulariseren.
Overgenomen van Progress Lawyers Network.
Over ditzelfde dossier stond ook in MO-magazine een uitgebreid artikel. Klik hier
De vaststelling dat gemiddeld 1 kleuter op 5 thuis vooral een andere taal dan het Nederlands hoort opende op 1 september De Morgen en kwam in alle journaals. Al in de aanloop naar het nieuwe schooljaar is taalachterstand naar voren geschoven als dé verklaring voor de haperende uitstroom van het middelbaar onderwijs.
1 jongere op 7 haalt geen middelbaar diploma. Hierbij zijn buitenproportioneel veel jongeren van allochtone afkomst; er mogen inderdaad vragen gesteld worden. Maar terwijl het debat over de hervorming van het middelbaar onderwijs werd opengetrokken naar het lager en het kleuteronderwijs, werd de focus vernauwd tot jongeren met een andere moedertaal dan het Nederlands.
Wie er de interviews van de afgelopen weken op naleest, moet wel tot de conclusie komen dat “taalachterstand” de belangrijkste oorzaak is van ongelijkheid in het onderwijs en de samenleving. De aandacht werd met andere woorden verlegd van de falende emancipatie door het onderwijs, naar de “tekortkomingen” van allochtone leerlingen en hun omgeving.
En dus waren op deze eerste schooldag alle schijnwerpers gericht op de taalachterstand van allochtone kinderen. Vanaf dit jaar is het zo goed als verplicht dat kinderen in de derde kleuterklas zijn ingeschreven, vooral om hun Nederlandse taalkennis te verbeteren.
Minister van Onderwijs Pascal Smet schermde bovendien met “de engagementsverklaring voor ouders om van het Nederlands een speeltaal, een liefdetaal, ...” te maken en het hoofd van het katholiek onderwijs Mieke van Hecke hamerde erop dat het Nederlands ook in de vrije tijd moet gebruikt worden. Twee weken eerder kloeg ze ook al over het falende middenveld bij de taalverwerving van allochtone jongeren. “Heel belangrijk voor deze operatie gelijke kansen is het middenveld. Dat is hét zwakke punt in dit geval. Bij de democratisering van het onderwijs was er een middenveld dat de arbeidersgezinnen van het belang en de goede bedoelingen van het onderwijs ging overtuigen. Voor deze groepen is er geen middenveld dat dit gezagvol kan doen, dat gezinnen leert wat daarvoor nodig is en durft en mag zeggen dat ze naar Ketnet moeten kijken, vóór ze de tv-zenders uit hun thuisland opzetten.” (DS 21/08)
Het valt het op dat deze uitspraken ervan uitgaan dat allochtone ouders zich zonder druk van buitenaf niet echt inspannen voor de opleidingskansen van hun kinderen, en dat de allochtone gemeenschappen geen kansen bieden om Nederlands te spreken. Dit is een jammerlijke miskenning van het werk van duizenden allochtone (en autochtone) vrijwilligers die zich elk schooljaar inspannen om de onderwijskansen van anderstalige jongeren te vergroten.
Er zijn de allochtone studentenverenigingen die voor en tijdens de examenperiodes info-avonden voor allochtone ouders organiseren, de verenigingen waar allochtone studenten vrijwillig allochtone scholieren helpen bij hun huiswerk, organisaties die bemiddelen tussen CLB's of scholen en allochtone ouders, de organisaties die allochtone ouders informatie en middelen aanreiken om de opvoeding van hun kinderen meer ter harte te nemen, ... Daarenboven zijn er de zelforganisaties als de Gouden Meridiaan (zie verder) die zijn opgericht door bekommerde ouders die leerkrachten betalen om de schoolloopbaan van hun kinderen beter te begeleiden dan ze zelf kunnen.
Zonder uitzondering bieden deze initiatieven extra Nederlandse lessen aan, het merendeel kiest bewust voor Nederlands als voertaal. Wie beweert dat de allochtone gemeenschappen geen aandacht aan het Nederlands besteden in hun vrije tijd, slaat de bal dus compleet mis. Het is eens zo jammer dat de toegenomen aandacht voor de onderwijskansen van allochtone jongeren er niet toe leidt dat deze initiatieven aan het woord komen. De belangrijkste betrokkenen worden ook in dit debat over het hoofd gezien, en eens te meer haalt foute beeldvorming het van de realiteit.
De stad Gent verwelkomt ‘Izmir-Turkije’ als eregast op de 64ste editie van de Accenta Jaarbeurs, van zaterdag 12 tot en met zondag 20 september 2009. Dit is meteen ook een gelegenheid om Turkse zelforganisaties in Gent in de schijnwerpers te zetten. FZO-VL zal, samen met een aantal lidverenigingen een stand beheren in het Turkse dorp in Hal 4.
Izmir en Turkije zullen zich voorstellen in een groot erepaviljoen in Hal 1 van Flanders Expo, onder andere met streekproducten, brochures en moderne media. Op het podium ernaast zorgen de Egeïsche Universitaire Volksdansgroep en het stadsorkest van Izmir voor extra, Turkse sfeer. Op zondag 20 september wordt in het kader van de jaarbeurs het Suikerfeest gevierd: een zeybek volksdansgroep uit Izmir is die avond te gast in De Centrale.
Niet alleen Izmir zelf, maar ook de Turkse gemeenschap in Gent komt op Accenta sterk uit de hoek. In het Turks dorp, in Hal 4 van Flanders Expo, maak je kennis met de vele Turkse verenigingen en met de integratieprojecten van zowel Stad als Provincie. En dat alles in een leuk muzikaal en artistiek kader.
De Arteveldehogeschool zet haar initiatieven met Turkije in de verf. Tijdens de opening van het Turks dorp, op maandag 14 september (13 – 14.30 uur), ondertekenen de Arteveldehogeschool en de Dokuz Eylül Universiteit uit Izmir een ‘Memorandum of Understanding’.
De Gebiedsgerichte Werking brengt haar projecten rond moeilijk bereikbare doelgroepen, haar 100-puntenprogramma in de wijken en ‘De wijk aan zet’ onder de aandacht. Diversiteit en Gelijke Kansen slaat een diversiteittent op en stelt haar Meldpunt Discriminatie voor. Ook de stadsdiensten en projecten van Internationale Samenwerking, Voorlichting, Gentinfo, Toerisme en de Integratiedienst zijn aanwezig. De rode draad doorheen deze waaier aan standen is het strategisch plan Gent 2020 en het project Gent over Morgen, dat elke Gentenaar uitnodigt om zijn visie te geven over Gent in 2020.
In het Provinciehuisje zet de Provincie Oost-Vlaanderen, Dienst Maatschappelijke Participatie, dan weer volgende activiteiten extra in de verf. Enerzijds is er het project ‘Transculturele Mantelzorg’, dat mantelzorg bekend maakt bij jonge Turkse vrouwen. Anderzijds is er ‘Ouder worden in Vlaanderen’, dat allochtone senioren voorbereidt op hun oude dag in hun tweede thuisland.
Tentoonstelling 40 jaar Turkse Migratie
Ook de reizende fototentoonstelling ‘40 jaar Turkse migratie’ krijgt een plaats in het Turks dorp. Lieve Colruyt geeft een impressie van de migratie en het dagelijkse leven van de Gentse Turken. In oude foto's en documenten herleeft het verhaal van Turkse werklozen die vanaf 1963 naar hier kwamen om te werken in de onpopulaire, want harde textielsector. De meeste van hen kwamen uit de streek rond Emirdag.
Ontdek een aantal Turkse filmtoppers tijdens het Turkse Filmfestival in Kinepolis Gent, van maandag 14 tot en met vrijdag 18 september. Elke dag is er om 20 uur een kaskraker van Turkse origine. Het programma vindt u op de website van kinepolis. Van dinsdag 6 tot zaterdag 17 oktober haalt het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen – Gent dan weer films van over heel de wereld naar Gent, waaronder enkele sterke Turkse smaakmakers.
Ook de Stedelijke openbare bibliotheek neemt deel aan het programma met verschillende tentoonstellingen en optredens. Klik hier voor het programma in de bib.
In het gloednieuwe gebouw van de Gouden Meridiaan zit een gloednieuwe coordinator klaar voor een gloednieuw schooljaar. De vereniging zelf is misschien niet gloednieuw – laat ons zeggen dat de vereniging aan het middelbaar begint. De Gouden Meridiaan is net ontstaan uit de samensmelting van Meridiaan vzw, die zich toelegde op studiebegeleiding, en de Gouden Generatie, een jeugdhuis.
De verhuis naar dit nieuwe gebouw betekent ongetwijfeld een nieuwe start: verandert er iets aan jullie werking?
De
fusie van jeugdhuis De gouden generatie en Meridiaan is een uitgelezen kans om onze krachten te bundelen en expertise uit te wisselen, maar tegelijk kunnen we nu de jeugdwerking en de studiebegeleiding beter afbakenen. De fusie laat doorstroming tussen de school, onze studiebegeleiding, onze sportactiviteiten en onze jeugdwerking toe, maar tegelijk wordt het net iets makkelijker om onze eigen werking duidelijk uit te leggen.
In de komende weken ga ik onze specifieke, vernieuwde studiebegeleiding aan de scholen voorstellen en ons bestaan eens toelichten. De scholen kennen ons al, maar we merken dat er soms te makkelijk naar ons wordt doorverwezen op basis van valse verwachtingen. Ook wij hebben een specifieke aanpak en methode die verschilt van andere studiebegeleiding. Het is belangrijk dat de aanpak bij de ouders en het kind past.
Wat is dan het specifieke van jullie aanpak?
Wij werken op die vier fronten tegelijk, maar verwachten geen mirakels op vlak van studieresultaten. De school, de begeleider hier bij Gouden Meridiaan en de ouders vormen drie zijden van een driehoek, en in het midden van die driehoek staat het kind. Wij willen in de eerste plaats stabiliteit creeren, en het kind stimuleren zodat de leerhouding verbeterd.
Onze studiebegeleiding gaat ook verder dan louter huiswerkbegeleiding, maar natuurlijk blijft onze werking buitenschools – wij zien ons niet als concurrent, maar als assistent van de leerkrachten. In de begeleiding zitten extra opdrachten voor het kind die er zoveel mogelijk op aangeven van de leerkrachten komen.
Wij hopen dat van zodra onze methodiek verduidelijkt is, het – meer dan begrijpelijke – wantrouwen dat er soms is bij scholen wegvalt. Daarom ga ik ook in de komende weken ons initiatief bij de scholen in het Gentse gaan promoten. Maar natuurlijk slechts in het algemeen: over specifieke leerlingen moeten de leerkrachten en vrijwilligers het met elkaar hebben.
Onze werking is vanaf dit jaar niet meer beperkt tot het lager; we geven nu ook begeleiding voor het eerste, tweede en derde middelbaar. Deze vorm heet vakspecifieke begeleiding. We nemen wiskunde en Nederlands als basis voor onze begeleiding, omdat het begrip van wiskunde en vooral van Nederlands fundamenteel is voor zowat alle andere vakken. Dat betekent: onze begeleiders – vrijwilligers, maar wel bezoldigde vrijwilligers – worden ook opgevolgd en gevormd voor deze specifieke vakken.
Met zo een brede aanpak richten wij ons nu ook op alle kinderen die nood hebben aan een vorm van begeleiding. Anders gezegd: op kinderen met veel capaciteiten die niet voldoende aan de oppervlakte komen. Maar het is ook belangrijk om te zeggen dat wij niet werken met kinderen met een beperking. Ondanks alle opvolging die we bieden, zijn onze begeleiders niet gevormd om de specifieke problemen van deze kinderen aan te pakken.
Door de fusie kunnen we nu vanuit Meridiaan de link leggen met het reguliere jeugdwerk. Met de verhuis is de werking van de Gouden generatie een beetje stilgevallen, maar die kan nu terug opstarten. We willen een doorstroming van jongeren uit onze studiebegeleiding, maar richten ons met de jeugdwerking op de buurt en de emancipatie van de jongeren hier. Concreet betekent dat dat we ook autochtone jongeren willen bereiken met onze activiteiten en ons niet beperken tot de Turkse of Marokkaanse gemeenschap, dat we gaan samenwerken met andere jeugdwerkingen en dat we jongeren eventueel toeleiden naar bvb. scouts en chiro.
In de komende maanden willen we dan ook de vrijwilligerswerking van de Gouden Generatie nieuw leven inblazen. Niet alleen willen we meer vrijwilligers, we willen de vrijwilligers ook beter omkaderen. We willen ook dat onze vrijwilligers een animatorencursus volgen, zodanig dat we ons als kwalitatief hoogstaande jeugdwerking – en niet meer louter een jeugdhuis – kunnen positioneren tegenover de stad.
Jullie hebben nobele bedoelingen over het mengen van bevolkingsgroepen. Hebben jullie ook specifieke plannen om verschillende doelgroepen te begeleiden?
We houden al onze activiteiten zo laagdrempelig mogelijk. Zeker bij onze uitstappen, projecten willen we zo veel mogelijk financiële obstakels opruimen. Op termijn moeten we subsidies moeten verkrijgen met stadsdiensten en het OCMW samenwerken...
Een tweede punt van aandacht is de meisjeswerking. Een gemengde werking is in de allochtone gemeenschap nog altijd niet zo vanzelfsprekend, er zijn drempels die overwonnen moeten worden om meisjes bij de werking te betrekken. Toch maken we ons sterk dat we meisjes niet alleen zullen bereiken, maar dat we hen ook als vrijwilligers zullen kunnen inschakelen.
De studiebegeleiding van de Gouden Meridiaan start op 28 september. De jeugdwerking gaat iets later van start.
Alle info vind je op hun website
2 Interviews, maar meteen zeer goede!
Enkele weken geleden werd in Gent Resul Tapmaz als Schepen van Personeelsbeleid, Informatica en Administratieve Vereenvoudiging. Dat een kind van gastarbeiders, dat ooit werd geconfronteerd met een gebrek aan kansen, nu benoemd is als schepen is voor ons zeer belangrijk. Nog belangrijker bijna is zijn beleidsdomein, want openbare besturen hebben een belangrijke voorbeeldfunctie als het gaat om diversiteit in het personeelsbestand. Wij kregen een sneak preview van zijn beleid.
Misschien kan u eerst iets over uzelf, uw achtergrond en uw band met de Turkse gemeenschap vertellen? Hebt u ook banden met het allochtone middenveld?
Ik ben Gentenaar, zoals – ongeveer – alle Gentenaars van Turkse afkomst ben ik kleinkind en kind van gastarbeiders. Ik ben opgegroeid in een arbeidersgezin, later zijn mijn ouders en dan ikzelf met een eigen zaak begonnen. In 1998 ben ik lid geworden van sp.a, waar ik aan verschillende campagnes heb meegedaan en in 2006 stond ik op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen. Ik werd rechtstreeks verkozen in de gemeenteraad en zetelde in verschillende commissies: Onderwijs, Jeugd, Sociale Zaken en de commissie Haven en Middenstand. Nu ben ik sinds kort benoemd als schepen, en ben ik druk bezig mijn beleid uit te stippelen.
Ik ben ervan overtuigd dat een beleid en goede beslissingen niet door mij alleen tot stand gebracht zullen worden. Ik ben van nature een teamspeler, en daarom ben ik van plan om in de komende maanden met zoveel mogelijk mensen te spreken. De federaties van het allochtoon middenveld mogen een uitnodiging van mij verwachten, ik wil met hen graag van gedachten wisselen over – onder andere – een diversiteitsbeleid bij het stadspersoneel.
Ik wil dat het stadspersoneel de diversiteit van de Gentse bevolking weerspiegelt, en dat meen ik. Maar ik moet er wel bij zeggen dat een diversiteitsbeleid niet alleen voor etnisch-culturele minderheden geldt, maar ook voor mensen met een beperking, senioren, langdurig werklozen, ... Ik wil dat al deze kansengroepen kunnen doorstromen in het stadspersoneel, ook naar loketfuncties.
U hebt waarschijnlijk gehoord van de succesverhalen van Mohamed Ridouani, uw ambtsgenoot in Leuven, onder wiens beleid de diversiteit van het stadspersoneel spectaculair is toegenomen. Hij weet dit vooral aan een strategie om “vacatures naar de doelgroepen te brengen”, onder andere via het allochtoon middenveld. Hebt u ook plannen in die zin?
Ik wil in de komende maanden met zeer veel partners spreken, onder andere met het middenveld, maar ook collega en partijgenoot Ridouani hoop ik binnenkort te kunnen ontmoeten. In elk geval zijn er aan een diversiteitsbeleid verschillende aspecten gekoppeld. Ik ben nu reeds begonnen met de voorbereidingen van een actie bij het bestaande personeel, om hen te motiveren in de zin van diversiteit, om hen te sensibiliseren in verband met cultuurgevoeligheid en dergelijke. Naar buiten toe is het natuurlijk belangrijk om mensen te stimuleren om te reageren op vacatures. Daarover heb ik al ideeën, maar het is nog wat vroeg om er al mee naar buiten te komen – bovendien worden op dit moment volop begrotingsgesprekken gevoerd, en veel van mijn plannen zullen afhangen van de uitkomst van die gesprekken.
In elk geval wil ik u wel al kwijt dat we drempels willen wegwerken, maar dat een diversiteitsbeleid geen zaak is van mij alleen. Als we het hebben over aanwervingsexamens speelt de cultuurgevoeligheid van de aanwervers misschien wel een rol, maar het heeft ook te maken met de doorstroming in het onderwijs, met de beschikbare mensen, ...
Ondertussen zijn er wel meer hoger opgeleiden onder de etnisch-culturele minderheden. Voor ons als federatie lijkt het ook, en misschien vooral, belangrijk dat deze ook in zichtbare functies terechtkomen. Als mensen geholpen worden door een “allochtoon” aan het loket, kan dat ervoor zorgen dat hun beeld van etnisch-culturele minderheden fameus verbetert.
Natuurlijk is het belangrijk dat ook het “front office” gediversifieerd wordt, ook om vooroordelen weg te werken. Zelfs als schepen blijf ik geconfronteerd worden met wantrouwen, terwijl ik schepen ben voor iedereen. Ik moet telkens opnieuw benadrukken dat ik Gentenaar ben, en schepen voor alle Gentenaars. Maar dat werkt langs twee kanten: ook aan de allochtone gemeenschap geef ik de boodschap dat ik schepen ben voor iedereen en niet alleen voor de minderheid van Turkse origine in Gent. Het is van het grootste belang dat iedereen zo denkt en die vooroordelen kan overstijgen.
Meer zelfs, mensen moeten zichzelf overstijgen. Natuurlijk heeft de overheid een voorbeeldfunctie, maar iedereen kan hier een belangrijke rol in spelen. Als ondernemer heb ik met VOKA een project georganiseerd waar “autochtone” en “allochtone” ondernemers elkaar konden ontmoeten. Mensen trokken grote ogen, sommigen stapten voor de eerste keer in een Turkse winkel of restaurant binnen, en merkten dat ze er goed bediend werden ook!
Als politicus doe ik zeer vaak huisbezoeken, daar leer ik zelf veel uit. Eén van die huisbezoeken is me enorm bijgebleven. Ik belde aan bij een vrouw, die me meteen begon uit te maken voor “vuile Turk” en mij vanalles verweet over overlast in de buurt, ... Ik ben blijven staan, blijven luisteren, beleefd gebleven en het is er mee geëindigd dat we samen koffie hebben gedronken.
U sprak over het stadspersoneel als een afspiegeling van de diversiteit van de Gentse bevolking. Kan positieve discriminatie daarin volgens u een rol spelen? Of quota?
Quota zijn een zeer delicaat thema, er bestaan zeer verschillende visies over het opleggen van verplichtingen bij de instroom. Bovendien zitten we midden in begrotingsbesprekingen. Het zal voor iedereen wel duidelijk zijn dat er, met de crisis, magere jaren aankomen. Ook bij de stad zal misschien bespaard moeten worden, dus is het zowiezo zeer moeilijk om nu cijfers te noemen.
Ook positieve discriminatie is volgens mij geen zeer geschikte aanpak, omdat je opnieuw riskeert mensen in een onterechte slachtofferpositie te plaatsen. Als ik zeg dat mensen zichzelf moeten overstijgen, betekent dat ook dat leden van etnisch-culturele minderheden hun talenten moeten aanwenden en de kansen moeten grijpen die hen geboden worden.
Ik geloof nogal sterk in “positieve actie”. Ikzelf ben ook kleinkind en kind van gastarbeiders, ikzelf heb ook alle problemen van discriminatie aan den lijve ondervonden, maar toch ben ik schepen geworden. Positieve actie betekent voor mij dat je in een bepaalde situatie kansen grijpt in plaats van ze niet te grijpen, dat je niet bij de pakken blijft neerzitten of je in een slachtofferrol wentelt.
Anderzijds, als er discriminatie is, is het ook absoluut noodzakelijk om daar melding van te maken. Als mensen bij mij komen klagen, kan ik daar niet veel mee doen. Ik leg hen dat ook uit: het is pas als het uit de cijfers van het meldpunt voor discriminatie, of uit de cijfers van de cel Intern toezicht van de politie blijkt dat er veel klachten zijn, dat wij vanuit de gemeenteraad mensen op het matje kunnen roepen.
Maar die actie, die participatie waar wij als allochtone gemeenschap aan kunnen werken gaat ook over andere dingen: iets wat ik zeer belangrijk vind is de participatie aan culturele evenementen. Wij nodigen mensen uit op onze trouwfeesten, en meestal komen die. Maar bijvoorbeeld op de nieuwjaarsreceptie van de stad Gent, waar 8000 Gentenaars zijn, heb ik er maar een paar van allochtone origine gezien. Ik wil daar graag verandering in zien, en dat is iets waar wij als allochtone gemeenschap zelf een belangrijke rol kunnen spelen.
Patrick Kamdem is ex-international, speelde bij de Kameroenese nationale volleybalploeg en startte enkele maanden terug de omnisportvereniging Ghent All Stars op. Vanaf deze maand organiseert de vereniging gratis initiatielessen volleybal in wijken waar te weinig sport-infrastructuur is. Omdat op dit moment de diversiteit van de samenleving te weinig zichtbaar is in de Belgische sport.
Waarom zijn jullie/ben jij met Ghent All Stars begonnen?
Ik heb tien jaar volleybal gespeeld in België en heb amper een allochtone speler gezien. Ondertussen ben ik 7 jaar trainer, altijd in kleinere, “witte” gemeentes zoals Maldegem, Brakel, Ruiselede ... en het is opvallend hoe populair volleybal daar is, terwijl de sport in de steden bijna onbekend is.
Of je nu op stage gaat met de nationale ploeg, of gaat kijken naar de ploegen in eredivisie, geen van die ploegen reflecteert de samenleving die ik rondom mij in Gent zie. Je vindt er geen Mustafa, geen Sedoua, ... In de hele eredivisie vind je twee allochtone volleybalspelers. Dat verklaart meteen waarom de sport weinig aantrekkingskracht heeft op etnisch-culturele minderheden.
Voor mij is volleybal mijn leven, ik heb als international gespeeld en stond op een bepaald moment voor de keuze: ik kon professioneel trainer worden, maar dikwijls sta je dan voor kinderen met weinig inzet. “Mama en papa betalen toch ...”. Daarom geef ik nu professioneel begeleiding in eredivisie maar geen trainingen, en kan ik met Ghent All Stars jongeren met minder kansen laten kennismaken met volleybal.
Onze vereniging wil gemengd zijn, en richt zich specifiek op allochtone jongeren. Allochtone jongeren hebben weinig kansen om te sporten. Kijk bijvoorbeeld naar een sociale woonwijk als Nieuw Gent, daar is simpelweg geen sporthal. Als je dat vergelijkt met de sporthal van Zwijnaarde ... maar daar komen de jongeren van Nieuw Gent niet. Deze jongeren moeten zelf betalen als ze aan sport willen doen, en dat is duur. Er zijn de lidgelden, de kleren, de verzekering, het transport ... en papa werkt in ploegen, en mama heeft geen rijbewijs, ...
Ik ken uitzonderingen, waar een ploeg als AA Gent aan ouders komt vragen of hun zonen alstublieft komen trainen – maar dan zijn het wel de ouders die hoge lidgelden moeten betalen. Wij willen een ander, gratis aanbod geven aan jongeren die onze sport moeten leren kennen. Wij willen volleybal naar de mensen brengen. Deze vereniging beperkt zich overigens niet tot volleybal alleen, het belangrijkste is dat we jongeren aan sport in het algemeen laten doen. Naarmate er meer leden komen, zullen we ons meer met andere sporttrainingen moeten bezighouden, maar voorlopig concentreren we ons op volleybal.
Hoe wil je de mensen dan bereiken?
Wij starten nu met een project in drie Gentse wijken: Nieuw Gent, Wondelgem en de Brugse Poort. We geven gratis volleybalinitiaties aan alle geïnteresseerde jongeren; we zijn nu begonnen met een affichecampagne om alle jongens en meisjes uit te nodigen, en vanaf volgende maand maken we afspraken over de trainingen. We hopen dat er via mond-tot-mond reclame deelnemers bijkomen, en natuurlijk is de ploeg onze vitrine. We hopen aan de jongeren te kunnen tonen dat volleybal voor iedereen is; als die jongeren allochtone spelers zien, denken ze misschien: “dat kan ik ook!”
Als onderdeel van onze internationale samenwerking organiseren we ook internationale toernooien; alle jongeren die aan de initiatie deelnemen mogen gratis komen kijken naar de toernooien die we zelf organiseren. Dat is de baseline van ons aanbod: het is volledig gratis, wij zorgen ook voor de nodige uitrusting, de jongeren noch hun ouders moeten betalen.
Kan je nog wat meer zeggen over je internationale samenwerking?
Wij steunen ploegen in het Zuiden. Op dit moment werken we vooral samen met de Kameroense nationale ploeg. We verzamelen bij sportverenigingen in België het zogezegd versleten materiaal en sturen het op. Maar we gaan ook verder: in het kader van onze samenwerking willen we ook de sportinfrastructuur verbeteren. Op dit moment wordt er in Kameroen in open lucht getraind – wat betekent dat er tijdens natte periodes praktisch niet getraind kan worden. Daarom werken we nu aan een overkapping van de trainingsvelden.
Ook organiseren wij een winterstage voor de nationale ploeg van Kameroen. In december komen die hier in Gent – in de Bourgoyen, met name – trainen. Wij zijn nu een schema aan het opstellen, waarbij de ploeg kan trainen tegen een aantal betere Belgische ploegen. Dit past opnieuw in onze strategie om volleybal naar de mensen te brengen: mensen kunnen in hun buurt op een betaalbare manier topsport zien. Bovendien kunnen we zo aan etnisch-culturele minderheden tonen dat de sport ook voor hen toegankelijk is, dat er geen enkele reden is waarom de sport in België een “blanke” sport is.
Wist je trouwens dat Turkije bij de wereldtop van het volleybal hoort? Mensen moeten dus niet komen zeggen dat sport niet in de mentaliteit of de cultuur van allochtonen past! Jongeren – jongens of meisjes – die aan sport doen amuseren zich, hebben wat te doen en lopen niet op straat. En in plaats van bij hun ouders om zakgeld te moeten vragen, kunnen ze vanaf een zeker niveau zelfs geld verdienen met de trainingen. Zo kan deze sport er zelfs voor zorgen dat studies voor hen haalbaar en betaalbaar worden. Dat is toch plezanter dan zomaar rondhangen?
Witte Kerst
Er is bij FZO-VL, ook dankzij onze collega's wiens kinderwens in vervulling is gegaan, al een tijdje leven in de brouwerij. Sinds een tijdje heeft Hatice Sönmez ons team vervoegd.
Hoi Hatice, kan je misschien iets meer over jezelf vertellen?
Ik heb net mijn studies achter de rug. Ik heb ASO (menswetenschappen moderne talen Duits) gestudeerd en heb na mijn zesdejaar secundair besloten om verder te studeren. Ik behaalde het diploma maatschappelijk assistent, afstudeerrichting maatschappelijk adviseur, aan de hogeschool Gent. Tijdens mijn opleiding heb ik, in mijn tweede jaar en in mijn laatste jaar sociaal werk, stage gelopen bij de vakbond, het ACV. Na mijn studies te hebben voleindigd, ben ik vol enthousiasme in FZO-VL beginnen werken. Ik moet zeggen dat ik altijd gedroomd heb om te werken met verschillende etnische groepen en FZO biedt mij deze kans.
Met welke vragen kunnen mensen bij jou terecht?
Ik ben aangenomen als vervangster van mijn twee collega’s. Lieselotte is met zwangerschapsverlof en mijn voorgangster Tine is definitief gestopt om terug les te geven. Het is uiteraard de bedoeling dat ik hun werk verder opvolg en de draad opneem. De verenigingen kunnen mij over allerhande vragen aanspreken. Ik zal hen ondersteunen op vlak van logistiek, administratie,... Ook kunnen mensen bij mij terecht met vragen en problemen rond onderwijs.
En heb je er zin in?
Zoals hierboven vermeld ben ik absoluut klaar om kennis te maken met de verschillende verenigingen.
Het was hoog tijd om eens één van onze Brusselse verenigingen voor het voetlicht te halen. ASERB organiseert in de maand december niet minder dan drie activiteiten - er was dus meer dan genoeg te bespreken.
Jullie zijn een zeer actieve vereniging. Hoe lang zijn jullie al bezig, en hoe zijn jullie ooit begonnen?
We bestaan nu 7 jaar, we zijn als vereniging gestart in 2002, en zijn twee jaar later vzw geworden. In 2002 waren er – onder andere hier in Sint-Gillis – opeenvolgende razzia's waarbij naar mensen zonder verblijfspapieren werd gezocht. Daarbij werden veel Ecuadoranen opgepakt, en toen viel het op dat wij geen organisaties hadden om op terug te vallen. Andere gemeenschappen konden bij verenigingen terecht, die mensen zonder papieren wegwijs maakten in de administratie voor de regularisatie. Toen is het plan gerijpt om ons te groeperen.
Als we de problemen van sans-papiers willen oplossen, moeten we er in de eerste plaats voor zorgen dat ze deelnemen aan allerhande activiteiten. Ik geloof trouwens dat de Ecuadoraanse gemeenschap in de goede richting evolueert. Maar dat heeft er wellicht mee te maken dat we katholiek zijn, terwijl op dit moment moslims bijna alle kritiek krijgen. Misschien worden wij door dat maatschappelijk klimaat iets vriendelijker behandeld, waardoor we ons ook beter kunnen ontplooien. Je ziet bijvoorbeeld dat op korte tijd verschillende Ecuadoraanse winkels zijn geopend in Sint-Gillis. Dat maakt de interactie en integratie natuurlijk ook een stuk gemakkelijker.
Maar is er in jullie werking dan nog veel aandacht voor mensen zonder papieren?
Er zijn grosso modo drie grote lijnen in onze werking: belangrijk blijft de integratie van Ecuadoraanse nieuwkomers, onder andere mensen zonder verblijfspapieren die we meer uitleg geven zodat ze hun weg kunnen vinden in de Belgische samenleving. Maar het samenleven van verschillende gemeenschappen in België kan niet zonder wederzijdse inspanningen. Wij proberen daarom ook zoveel mogelijk met verschillende verenigingen samen te werken, en organiseren culturele evenementen rond Ecuadoraanse cultuur. Ten slotte hechten wij groot belang aan de opvoeding van onze kinderen. Bovenop de cultuurschok die veel nieuwkomers ervaren, ontstaan er soms spanningen in de gezinnen, omdat kinderen in een maatschappelijke omgeving opgroeien die als dag en nacht verschilt van die van hun ouders. Ouders en kinderen kunnen bijvoorbeeld beroep doen op het advies van een aantal psychologen en andere leden van ASERB, we stimuleren de ouders de taal te leren, ... Maar we hebben ook een echte kinderwerking, met onder andere een dansgroep.
En welke activiteiten staan er gewoonlijk op het programma?
We hebben minstens 12 “grote” activiteiten per jaar, maar deze maand bijvoorbeeld organiseren we ook twee “kleinere” activiteiten. We organiseren op zaterdag 13 december een info-sessie, met een analyse van de huidige regularisatiecampagne – de antwoorden beginnen binnen te komen, en mensen weten nu of ze al dan niet verblijfsdocumenten krijgen. We willen hen informeren over de stappen die ze nog kunnen ondernemen en over de terugkeerprogramma's van de Internationale organisatie voor Migratie en de Europese Unie. Voor die sessie werken we ook samen met UNIZO, die maatregelen voor startende ondernemers in België komen toelichten.
Daarnaast hebben we een maandelijks “burgerschapsatelier”, waar telkens een aspect van de samenleving wordt belicht, bijvoorbeeld nu: de Belgische grondwet. Op 19 december nemen we deel aan de dag van de migrant in Brussel
Op 20 december organiseren we dan onze grote activiteit, het Kerstfeest. Kerst is ook in Ecuador een zeer belangrijk moment, het is een feest waarop de kinderen eens extra worden verwend. Dit jaar organiseren we het samen met de Poolse gemeenschap, maar ik ben zeker dat er ook mensen van de Marokkaanse gemeenschap – die vorig jaar uitgenodigd was – bij zullen zijn.
De lente is in't land, en dat merken we ook aan de activiteiten die eraan zitten te komen. In april zijn er twee grootse activiteiten te melden waaraan telkens een vijftal lidverenigingen van FZO-VL deelnemen, en voor mei stromen de aankondigingen binnen.
Op 18 april toert een bus door Gent, langs de activiteiten van een dertigtal multiculturele verenigingen. Het programma toont de diversiteit in het Gentse verenigingsleven, en zet de leden van zes Gentse federaties in de kijker, zodat ook jullie activiteiten wat meer bekendheid krijgen.
Op 26 april organiseert FZO-VL het jaarlijkse Internationale Kinderfeest. Op dit van oorsprong Turkse feest staan kinderen centraal. Omdat multiculturaliteit geen loos woord is, doen dit jaar kinderen van Turkse, Tunesische, Georgische, Marokkaanse, Belgische, Ecuadoraanse en Soedanese verenigingen mee.
Voor mei springen de Ghanese dag in de Centrale (Gent, 1 mei), het Charango-Festival (Brussel, 21 mei) en Poskuders Seyran (Wachtebeke, 30 mei) er uit. We maken van de gelegenheid gebruik om jullie nog eens op te roepen om al jullie activiteiten tijdig aan te kondigen via webmaster@fzovl.be!
Op 29 maart hield
FZO-VL, in de kantoren op de Tolhuislaan 84a te Gent, haar Algemene
Vergadering. (FZO-VL is een vzw, net zoals bij een vzw met menselijke leden moet ook hier minstens eenmaal per jaar de algemene vergadering worden samengeroepen.)
Op het programma stonden de afrekening van 2009 en het budget voor 2010, het werkingsverslag van 2009 en het jaarprogramma voor 2010. Deze documenten werden met eenparigheid van stemmen goedgekeurd door alle aanwezigen, die de verschillende lidverenigingen van FZO-VL vertegenwoordigden. Opvallend was het grote aantal samenwerkingsverbanden waar FZO-VL aan deelneemt, en de plannen om deze netwerken in de toekomst nog te versterken.
Het allochtone verenigingsleven is soms weinig gekend. Daarom organiseren 30 allochtone verenigingen en de 6 federaties uit het Gentse op 18 april 'Gent Ongekend', een opendeurdag in de ruimste zin van het woord. Het programma is daardoor bijzonder gevarieerd, en gaat van "Albanees voor beginners" tot "Vrouwenpraat". De hele dag rijdt een gratis bus langs de verschillende activiteiten, zodat je kan afstappen en meedoen waar je wil - maar ook snel naar de volgende activiteit kan. Bij ongeveer elke vereniging kan je rekenen op een hapje en een drankje.
Wafakaï, Posküder, Ghent All Stars, Bewonersgroep Nieuw Gent en de Association of Cameroonians in Ghent zijn de lidverenigingen van FZO-VL die op 18 april hun deuren open zetten. De activiteiten gaan van een eenvoudige kennismaking tot uitgewerkte workshops (meer info in de activiteitenkalender hieronder).
De eerste bus vertrekt in de Brugse Poort (hoek Drongensesteenweg/Kokerstraat) om 9 uur, om 16 uur wordt iedereen in het Buurtcentrum Brugse Poort (Ooievaarstraat) verwacht voor de afsluitende receptie.
Hieronder vindt u nog eens het overzicht van alle activiteiten en het plan van de busrit in een overzichtelijke pdf.
De bewonersgroep verdedigt de belangen van de inwoners van Nieuw Gent. Maar wij zetten ons ook in voor een gezellige buurt. In ons lokaal kan u alle dagen terecht met uw vragen en opmerkingen over de buurt, maar ook voor een gewone babbel. Kom eens kennismaken!
Lokaal bewonersgroep, Kikvorsstraat 1609, Gebouw Jupiter, Gelijkvloers, 9000 Gent
In het kader van Gent Ongekend zet Posküder de deuren open. Maak vandaag nog kennis met het aanbod aan verschillende wekelijkse activiteiten op de Land van Waaslaan 162, 9040 Sint-Amandsberg
De Association of Cameroonians in Ghent gooit haar deuren open in het kader van Gent Ongekend. je kan onze computerklas bezoeken, en Kameroens Hapje eten of meer leren over ons tewerkstellingsproject in de sociale economie.
Brusselsesteenweg 357, 9050 Ledeberg
In het kader van Gent Ongekend. Patrick Kamdem leidt een gratis sportproject voor Gentse jongeren. Kom meedoen met een initiatie en kijk of volleybal niets voor jou is, in de Sporthal Sint-Jozef, Ebergiste De Deynestraat 1 vlakbij Nieuw Gent.
Wafakaï organiseert al jaren interculturele ontmoetingen. Als je samen iets doet, verloopt de kennismaking een stuk vlotter! Door samen te koken en te dansen, leer je al snel een stukje Nigerese cultuur in Gent en een Gents ontwikkelingsproject in Niger kennen. In het kader van Gent Ongekend
Koken om 10u, Dans start om 14u in Buurtcentrum Dampoort-Sint-Amandsberg, Doornakkerstraat 54, 9040 Sint-Amandsberg.
Op 25 april organiseert FZO-VL, in samenwerking met verschillende lidverenigingen, in de Gentse Centrale het Internationale Kinderfeest.
23 april, Kinderfeest De dag van het Kind (Çocuk Bayramı) is één van de belangrijkste nationale herdenkingsdag in Turkije, ingesteld door de staatsman, Mustafa Kemal Atatürk.
In Ankara (hoofdstad van Turkije) richt hij een parlement op, de Grote Nationale Assemblee. Op 23 april 1920 komt die voor het eerst bijeen. Mustafa Kemal Atatürk roept deze dag uit tot een nationale herdenkingsdag voor alle kinderen die tijdens de Eerste Wereldoorlog en de oorlog voor de nieuwe Turkse staat zijn omgekomen.
Hij zei: "De jeugd heeft de toekomst! Het kind van vandaag is morgen de bestuurder van het land." Vanaf 1979, dankzij UNICEF, is 23 april de dag voor het internationale kinderfeest. Het doel van het feest is het bevorderen van de vriendschap en de solidariteit onder de kinderen en het onderstrepen van het belang van het kind.
Voor de vier de maal op rij organiseert de Dienst Kunsten de actie "Artiest zoekt feestneus", waarbij we beginnend Gents (podium)talent willen matchen met organisatoren van buurt- en straatfeestjes. We stellen namelijk vast dat er én steeds meer inwoners van de stad kleine feestjes organiseren én dat er steeds meer beginnende groepen en artiesten speelplekken en podiumervaring zoeken.
Met de actie stellen we een pool van artiesten samen over uiteenlopende genres en stijlen heen zodat die gevraagd kunnen worden voor de feesten die Gentenaars organiseren. Kandidaat-artiesten kunnen zich inschrijven vanaf 1 april tot 31 mei 2010. Half juni selecteert een professionele jury die performers die geschikt zijn voor optredens op straat- en buurtfeesten. De organisatoren van dit soort feesten zelf kunnen twee maal een beroep doen op een van deze acts voor om het even wat soort buurtfeest. Hoe rijker het aanbod aan artiesten, hoe beter de organisatoren een gepaste act kunnen vinden. De artiesten zelf worden vergoed door de Stad Gent, 250€ voor een optreden tot en met 5 personen op het podium, 350€ voor een groep van meer dan 5 personen.
Alle concrete info, inclusief het inschrijvingsformulier, kan je vinden op www.gent.be/feestneus.
Bij de oproep horen ook promofilmpjes die je terugvindt op http://www.youtube.com/watch?v=tZyNFflXquM en op http://www.youtube.com/watch?v=GwWsyDv6akU. Hou je zeker niet in om de filmpjes te embedden op allerlei sites en facebook- of netlogpagina's waar je toegang toe hebt. Ze zijn in eerste instantie gemaakt om artiesten te informeren, maar het kan zeker geen kwaad dat buurtbewoners nu al mee op de hoogte zijn van de actie. Er zal voor hen trouwens een tweede campagne starten nadat de geselecteerde artiesten bekend zijn.
De Facebookgroep is te bereiken op http://www.facebook.com/group.php?gid=109121219109893 of rechtsreeks via 'Artiest zoekt Feestneus' in het zoekvenster.
We hopen dat je met deze actie een mogelijkheid ziet om mee met ons het sociale en culturele leven in Gent verder te versterken.
Momenteel loopt er aan de Universiteit van Antwerpen een onderzoek naar de ‘Arbeidsmarktpositie van (hoog)geschoolde immigranten’. Immigranten (niet in België geboren) met en diploma van het secundair of hoger onderwijs worden gevraagd hieraan mee te erken. Er bestaan immers weinig gegevens over de wijze waarop hun loopbaan verloopt en hun wensen met betrekking tot opleiding en werk. Wellicht hebben sommige immigranten geen problemen en anderen veel problemen om in België werk te vinden dat aansluit bij hun diploma, werkervaring of interesse. Bijkomende informatie & (vertaalde) vragenlijsten vindt u op deze website
U wordt automatisch verdergeleid naar de kalender.
U wordt verdergeleid naar de standaard subsidiepagina
Jaargangen 2 tot 5 zijn hieronder beschikbaar gemaakt. De jaargangen zijn afleesbaar uit het eerste cijfer van de bestandsnaam, het tweede cijfer is het nummer van de aflevering.
Ceylan Kara - Voorzitter
ceylan [dot] kara [at] fzovl [dot] be
Ali Ghaddab - Ondervoorzitter
aghaddab [at] gmail [dot] com
Mehmet Sadik Karanfil - Secretaris
karanfil [at] telenet [dot] be
Mohamed Kabbar - Penningmeester
kabbar2 [at] yahoo [dot] com
Ibrahim Yasin Abiye - Bestuurder
Orhan Akdeniz - Bestuurder
poskuder [at] hotmail [dot] com
Mutlu Çetin - Bestuurder
Abderrazak El Omari - Bestuurder
abderrazak [dot] elomari [at] diversenactief [dot] be
Meryem Kaçar - Bestuurder
meryem [dot] kacar [at] skynet [dot] be
José Ernesto Surra Spadea - Bestuurder
FZO-VL neemt haar opdracht van participatie en inspraak serieus op. Wij blijven niet aan de zijlijn. Neen, wij nemen onze verantwoordelijkheid en proberen steeds in een constructieve sfeer ons steentje bij te dragen. In de praktijk vertaalt zich dit in rechtstreekse of onrechtstreekse vertegenwoordiging in tal van raden, organisaties en overlegorganen.
Via deze weg danken wij al onze vrijwilligers voor hun inzet en professionalisme bij de uitvoering van hun vertegenwoordigingsopdrachten.
FZO-VL is vertegenwoordigd in:
Op 21 Juni 2008 vierde FZO-VL haar tienjarig bestaan. Ter opening verwelkomde mede-oprichter Mohamed Kabbar de meer dan honderd aanwezigen. De door hem uitgesproken wens dat zij allen van de avond zouden genieten, werd meer dan bewaarheid.
Na een korte film die in vogelvlucht de evolutie van FZO-VL schetste, nam de Gentse burgemeester Daniël Termont met plezier het woord. Hij benadrukte het Gentse engagement voor een multiculturele samenleving en wees op de beleidsinspanningen die het stadsbestuur voor dat doel levert. Zonder te ontkennen dat samenleven in diversiteit niet vanzelfsprekend is – en dat het stadsbestuur ingrijpende maantregelen treft – beklemtoonde de speech vooral zijn vertrouwen in het tolerante karakter van de stad.
Vlaams minister Bert Anciaux bleef niet achter bij deze hooggestemde idealen. Hij haalde de onderdrukking waar hij als Vlaming onder lijdt aan om zijn engagement voor een multicultureel, tolerant Vlaanderen te staven. Hij wees op zijn eigen inzet als minister van Cultuur om het verenigingsleven eventueel zelfs via quota tot een waarachtige weerspiegeling te maken van de diverse Vlaamse bevolking. Tot slot maakte hij zijn plannen bekend om in Antwerpen een centrum voor Marokkaanse cultuur, in Brussel een centrum voor Afrikaanse cultuur en in Genk of Gent een centrum voor Turkse cultuur op te richten.
Alvorens terug te blikken op het tienjarige bestaan van FZO-VL herbevestigde voorzitter Ceylan Kara het welkomstwoord van Mohamed Kabbar ten overstaan van de aanwezige gemeenteraadsleden en schepenen, de voorzitters van de verenigingen en alle andere aanwezigen. De terugblik bewees vooral dat FZO-VL een lerende organisatie is, die er bij eventuele moeilijkheden steeds op vooruit is gegaan. Op tien jaar tijd is de Federatie, dankzij haar ledenbestand, uitgegroeid tot een hoofdrolspeler in het allochtoon verenigingsleven. RVB + voorzittersVoorzitter Kara bedankte dan ook alle leden voor hun onvermoeibare inzet voor “een samenleving waar wij allen volwaardige burgers zijn.”
Huidige en voormalige bestuursleden konden op een bijzondere attentie rekenen. Ondervoorzitter Ali Ghaddab overhandigde bloemen aan Ceylan Kara en diens vier voorgangers als waardering voor hun grondleggende werk. Zij, én de huidige raad van bestuur werden op het podium uitgenodigd om gezamenlijk het glas te heffen op de toekomst van de Federatie van Zelf-organisaties in Vlaanderen.
Terwijl buiten friet geserveerd en goed bevonden werd – de stralende avond liet toe om uitgebreid te keuvelen met vrienden en kennissen, om banden aan te halen en nieuwe contacten te leggen – kwam binnen de langverwachte quiz op gang. Zeker 24 verenigingen hadden zich klaargestoomd om 2 uur lang een spervuur van vragen te beantwoorden.
Quizmaster Mutlu leidde het honderdtal deelnemers en verschillende gasten doorheen vier vragenrondes. Spanning, verbazing en soms hilariteit – sommige antwoorden waren overduidelijk aanwezig in de zaal – bij de vragen, opluchting en ontgoocheling bij de antwoorden wisselden elkaar af en werden tot hoogtepunten gevoerd door de dubbel-of-halfvragen. De pauze halverwege liet de meest koortsachtige deelnemers toe buiten stoom af te blazen, maar de meesten maakten van dit halfuur gebruik om te genieten van het inmiddels geopende dessertbuffet.
Eens de tussenstand aan het einde van de pauze bekend was gemaakt, gooiden nog meer teams hun volledige score in de waagschaal, verwerden sommige vragen tot werkelijke thrillers en keerden de kansen van een paar zegezekere ploegen. Uiteindelijk kwam de meisjeswerking van Posküder op de derde plaats en ging de tweede prijs naar FC Kilim. De grote overwinnaar, Obà Guiné moest misschien nog het meest tot hun eigen verbazing worden opgeroepen uit de coulissen waar zij al klaarstonden voor hun optreden.
En wat voor een optreden! Zoals Ridvan Can, de coördinator van FZO-VL die glansrijk de rol van ceremoniemeester op zich nam, vooraf had aangekondigd nam Obá Guiné (website) ons mee naar een Braziliaans carnaval. De drumband bereikte een volume waar het publiek voor moest terugdeinzen, maar kreeg op korte tijd ieders handen op elkaar. Het staande publiek deinde algauw mee op het opzwepende ritme, en ook wie neerzat kon de benen niet bedwingen.
Zo kreeg Djamelike (website) een gouden start met een opgewarmd publiek, en toen Melike na de intro het eerste lied ten beste gaf barste de zaal uit in enthousiast handgeklap. Djamels gitaar en karakteristieke stem gaven een onbekend élan aan bekende Vlaamse songs. Deze Turkse, Algerijnse en andere artiesten vergastten het publiek op een primeur: voor de zomeroptredens bereiden zij zich voor op nieuwe songs, met teksten van o.a. Hermand Brusselmans en Luc De Vos. Als afsluiter van deze avond kregen de aanwezigen een exclusief voorsmaakje van deze liederen die de multiculturele toekomst van onze samenleving nog een laatste keer in de verf zetten.
De leden van FZO-VL krijgen kosteloos steun op maat. Onze medewerkers in Gent en Brussel bieden antwoorden op jouw vragen in verband met subsidies, adviseren in verband met verenigings-en vzw-wetgeving, statuten en organiseren verschillende vormingen, onder andere over de verplichte vrijwilligersverzekering, boekhouden voor vzw's, vergadertechnieken etc. Ook voor praktische vragen in verband met het vinden van een locatie of de promotie van een activiteit kan je bij ons terecht.
Wij komen niet tussen in de interne keuken van de verenigingen, nog minder spreken wij ons uit over de inhoudelijke doelstellingen van de leden. Dat zou indruisen tegen onze basisvisie. Wij verlangen alleen dat al onze leden de basiswaarden van FZO-VL onderschrijven en vragen jaarlijks een beknopt overzicht van de activiteiten.
Leden van FZO-VL worden meermaals per jaar uitgenodigd om mee te vergaderen over de werking van FZO-VL. Er is geen lidgeld, de dienstverlening van FZO-VL is volledig gratis.
Wil je lid worden? Dan kom je best eens langs voor een gesprek. Zo kan je nog beter zien of FZO-VL je bevalt. Onze adressen vind je hier.
Hieronder vindt u de logo's van FZO-VL die u kan gebruiken op uw site, affiches of publicaties. Het lettertype in ons logo is Bauhaus Md Bt.